ECLI:NL:HR:1997:AA2139
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing kasgeldconstructie bij aandelenoverdracht en belastingaanslag 1986
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ruim ƒ 3,3 miljoen. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag ambtshalve verminderd met ƒ 62.102,--, waarna het Hof de aanslag handhaafde op dat verminderde bedrag.
De zaak betrof complexe aandelenoverdrachten waarbij belanghebbende en zijn echtgenote aandelen in verschillende besloten vennootschappen overdroegen en een holdingconstructie toepasten. Het Hof oordeelde dat dit samenstel van rechtshandelingen binnen het toepassingsbereik van de kasgeldarresten valt en dat de fiscale motieven doorslaggevend waren.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende die stelden dat de bank als koper niet direct over de koopsom kon beschikken en dat het Hof een onjuiste bewijslastverdeling hanteerde. Ook het betoog over het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
Wel vernietigde de Hoge Raad het oordeel van het Hof omtrent de proceskosten en veroordeelde de Inspecteur en de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand en het griffierecht. Hiermee werd het beroep in cassatie deels gegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag na vermindering en veroordeelt de Inspecteur en Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.