ECLI:NL:HR:2001:AA9627
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskosten bij gedeeltelijk gelijk in belastingzaak
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1996, die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van f 43.234. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar tijdens het beroep bij het Hof werd de aanslag ambtshalve verminderd. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraak en handhaafde de aanslag zoals verminderd.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad, die oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende niet had aangetoond dat hij meer aftrekbare kosten had dan het forfaitaire bedrag. Dit oordeel kon in cassatie niet worden getoetst.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat geen proceskostenveroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken mogelijk was. De Hoge Raad stelde dat bij gedeeltelijk gelijk de wederpartij in de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand moet worden veroordeeld, tenzij geen aanspraak wordt gemaakt.
Omdat uit de stukken bleek dat belanghebbende wel aanspraak maakte op vergoeding van proceskosten, vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor wat betreft de proceskosten en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur in de kosten van het geding. De Hoge Raad wees de Staat aan als de rechtspersoon die de kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor wat betreft de proceskosten en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur in de proceskosten.