ECLI:NL:HR:1997:AA2126
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake aanslag inkomstenbelasting 1989 wegens onvoldoende motivering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 121.430,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Leeuwarden, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof onvoldoende gelegenheid had geboden om de onjuistheid van de aanslag te bewijzen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat belanghebbende het aangiftebiljet niet tijdig had ingediend, waardoor het beroep op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen moest worden afgewezen, tenzij de onjuistheid van de aanslag was aangetoond.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof geen aandacht had besteed aan diverse posten op het aangiftebiljet, zoals rente, afschrijving, onderhoudskosten en giften, die eenvoudig te bewijzen waren. Hierdoor had het Hof relevante stellingen van belanghebbende onbesproken gelaten en ontbrak het aan een deugdelijke motivering. Daarom werd de uitspraak vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad besloot tevens dat geen proceskostenveroordeling op grond van artikel 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken werd opgelegd en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.