ECLI:NL:HR:1996:AA1804
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over vergoeding invorderingsrente bij vernietiging belastingaanslagen nalatenschap
In deze zaak gaat het om de vergoeding van invorderingsrente aan de erven AX na vernietiging van voorlopige en definitieve aanslagen in het successierecht. De belastingaanslagen waren opgelegd na het verstrijken van de wettelijke termijn, waarop de erven bezwaar maakten. De inspecteur vernietigde de aanslagen en kende een beperkte rentevergoeding toe.
Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze beperkte vergoeding, stellende dat er geen rentenadeel was geleden omdat de materiële belastingschuld hoger was dan het betaalde bedrag en de formele belastingschuld pas later eindigde. De erven stelden cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke tekst en wetsgeschiedenis van artikel 28 van Pro de Invorderingswet 1990 een ruimere uitleg vergen, waarbij ook vernietiging van een aanslag als vermindering wordt beschouwd. Hierdoor is recht op een hogere invorderingsrentevergoeding gegeven, verminderd met reeds betaalde rente. De uitspraak van het hof en de inspecteur worden vernietigd. Tevens wordt bepaald dat de staatssecretaris de gemaakte griffiekosten vergoedt.
Uitkomst: De Hoge Raad kent de erven AX een vergoeding van invorderingsrente toe van ƒ 562.952,-- minus reeds betaalde ƒ 74.992,-- en vernietigt het arrest van het hof.