ECLI:NL:HR:1995:AA1644
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbelasting bij verkoop consumpties door werknemers in busreizen
Belanghebbende, een busreisorganisatie, stelde chauffeurs en hostesses in staat consumpties te verkopen aan passagiers met behulp van door haar ter beschikking gestelde bars en ingekochte goederen. De chauffeurs en hostesses droegen het risico en de opbrengst van de verkoop. De vraag was of het voordelige verschil tussen inkoop- en verkoopprijs als loon uit dienstbetrekking moest worden beschouwd voor loonbelasting.
De rechtbanken oordeelden verschillend over de vraag of dit voordeel als loon moest worden aangemerkt. De Hoge Raad overwoog dat alleen voordelen die door de werkgever aan de werknemer zijn verstrekt als loon uit dienstbetrekking gelden, niet voordelen die werknemers kunnen behalen doordat hun dienstbetrekking hen daartoe in staat stelt. In dit geval stelde de werkgever bewust de middelen ter beschikking waarmee werknemers voordeel konden behalen, mede in het belang van de werkgever.
Daarom moet het voordelige verschil tussen inkoop- en verkoopprijs als loon worden beschouwd. Het feit dat de werkgever niet zelf betalingen verrichtte doet hieraan niet af. De zaak werd vernietigd en verwezen voor verdere behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het voordeel uit de verkoop van consumpties door chauffeurs en hostesses wordt als loon uit dienstbetrekking belast.