ECLI:NL:HR:1995:AA1600
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwijtschelding achtergestelde lening in vennootschapsbelasting 1989
X B.V. kreeg voor het jaar 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd maar door het Hof Leeuwarden werd bevestigd. De zaak betrof de fiscale behandeling van de kwijtschelding van een deel van een achtergestelde lening die was omgezet in een rekening-courantschuld.
De Hoge Raad onderzocht of de kwijtschelding betrekking had op niet voor verwezenlijking vatbare rechten, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, letter c, Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof had geoordeeld dat deze toetsing objectief moest plaatsvinden en dat op basis van de jaarstukken geen reden was om aan te nemen dat de vordering niet voor verwezenlijking vatbaar was.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat de beoordeling vanuit het perspectief van de schuldeiser moest plaatsvinden en bevestigde dat een redelijk handelende crediteur op grond van de feiten en omstandigheden tot het oordeel moet komen dat inning vruchteloos zou zijn. De motiveringsklacht faalde omdat het oordeel van het Hof voldoende was onderbouwd.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en legde geen proceskostenveroordeling op. Hiermee bleef de aanslag vennootschapsbelasting ongewijzigd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting 1989.