ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3087
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwijtscheldingswinstfaciliteit bij financiële herstructurering en leveringsverplichtingen
Belanghebbende, moedermaatschappij van [A], voerde beroep aan tegen een aanslag vennootschapsbelasting waarbij de inspecteur een bedrag van €1.883.402 aan kwijtscheldingswinst niet vrijstelde. [A], actief in de papierhandel, had met de [Y]-groep leverings- en afnameverplichtingen, en de [Y]-groep had leningen verstrekt in het kader van het Project Papier. Door financiële problemen en niet-nakoming van afnameverplichtingen ontstond een complexe situatie waarbij de [Y]-groep haar vorderingen op [A] kwijtgescholden heeft in een meerpartijenovereenkomst.
Het Hof oordeelde dat de kwijtscheldingswinstfaciliteit niet van toepassing is omdat niet is komen vast te staan dat sprake was van prijsgeven zonder tegenprestatie. De overeenkomst van 22 juli 2004 bevatte diverse rechten en verplichtingen over en weer, waaronder afnameverplichtingen en boetebedingen, die wijzen op zakelijke transacties met tegenprestaties. Tevens was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vorderingen niet voor verwezenlijking vatbaar waren; de [Y]-groep had immers afnameverplichtingen en er was geen bewijs dat inning onmogelijk was.
De financiële situatie van [A], inclusief het negatieve eigen vermogen en het latere faillissement, leidde niet tot een ander oordeel. Het Hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de kwijtscheldingswinst terecht tot de belastbare winst is gerekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kwijtscheldingswinstfaciliteit niet van toepassing is en de aanslag vennootschapsbelasting terecht is vastgesteld.