Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:1994:AA3012

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 1994
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30103
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • Wildeboer
  • Urlings
  • Zuurmond
  • Fleers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 lid 3 Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over aftrekbeding bed en matras als hulpmiddel

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 29.379,--. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, maar het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 27.059,--. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.

De zaak draaide om de vraag of de aanschaf van een hydraulisch verstelbare bedbodem en matras, gekocht op medisch advies vanwege een ernstige reumatische aandoening van de echtgenoot van belanghebbende, als een aftrekbaar hulpmiddel kon worden aangemerkt volgens artikel 46, lid 3, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Het Hof had geoordeeld dat het bed en de matras een hulpmiddel waren, maar de Hoge Raad verwierp dit oordeel omdat een bed in het algemeen tot de normale gebruiksvoorwerpen behoort en niet uitsluitend door zieken of invaliden wordt gebruikt. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof, bevestigde de uitspraak van de inspecteur en bepaalde dat de griffiekosten terugbetaald worden aan de Staatssecretaris.

De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en stelde het arrest vast in raadkamer op 2 november 1994, met openbare uitspraak op 16 november 1994.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de aanslag van de inspecteur zonder aftrek van het bed en matras als hulpmiddel.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 10 februari 1994 betreffende de aan X te Z voor het jaar 1991 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 29.379,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van f 27.059,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De echtgenoot van belanghebbende lijdt aan een ernstige reumatische aandoening met vergroeiingen in de rug welke vooral 's nachts en in de vroege ochtend veel pijn geven, waardoor hij op zijn bestaande bed niet meer kon slapen. In overleg met de hem behandelend specialist heeft hij ter verkrijging van een redelijke nachtrust een hydraulisch verstelbare Moonrise Pulmann Boxspring met bijbehorend matras ten bedrage van f 2.322,-- gekocht. 3.2. Het Hof heeft aannemelijk geacht dat de echtgenoot van belanghebbende door zijn ziekte ernstig in zijn nachtrust werd beperkt en dat hij op medisch advies en uitsluitend ter verkrijging van een redelijke nachtrust de onderhavige matras en bedbodem heeft aangeschaft en vervolgens op grond daarvan geoordeeld dat het samenstel van matras en bedbodem een hulpmiddel is in de zin van artikel 46, lid 3, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1991). Dit oordeel wordt in het middel terecht bestreden. Immers een bed behoort in het algemeen tot de normale gebruiksvoorwerpen, die ook door gezonde personen worden gebezigd terwijl uit 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding niet blijkt dat de onderhavige bedbodem en matras een hoedanigheid bezitten die meebrengt dat zij alleen worden gebruikt door zieke en/of invalide personen. De uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, bevestigt de uitspraak van de Inspecteur en bepaalt dat door de Griffier van de Hoge Raad aan de Staatssecretaris van Financiën wordt terugbetaald het ter zake van de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof gestorte bedrag van f 150,--.
Dit arrest is vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Zuurmond en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Loen, in raadkamer van 2 november 1994.
De beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 november 1994.