ECLI:NL:HR:1960:AY0559
Hoge Raad
- Cassatie
- Smits
- Boltjes
- van Rijn van Alkemade
- van der Loos
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 22 Successiewet 1956 bij overlijden echtgenote firmant in algehele gemeenschap van goederen
In deze zaak stond centraal de vraag of artikel 22 van Pro de Successiewet 1956 toepassing vindt op de situatie waarin de echtgenote van een in algehele gemeenschap van goederen gehuwde firmant overlijdt. De erfgenamen hadden aanslagen in het recht van successie ontvangen die hoger waren dan de door hen opgegeven verkrijgingen, omdat de inspecteur de waarde van de aandelen in de firma's inclusief winst tot de sterfdag had toegevoegd.
Het Gerechtshof 's-Gravenhage had geoordeeld dat de echtgenote geen zakelijk recht van medeeigendom had in het firmavermogen, maar slechts een persoonlijk vorderingsrecht op de helft van het aandeel van haar echtgenoot. Daardoor zou artikel 22 niet Pro van toepassing zijn omdat er geen sprake was van vermogen in een onderneming in de nalatenschap.
De Hoge Raad stelde vast dat artikel 22 een Pro faciliteit biedt die ook geldt indien de waarde van het verkregen vermogen afhankelijk is van de waarde van een bedrijfsvermogen, ook als dit vermogen niet rechtstreeks tot de nalatenschap behoort maar via een persoonlijk vorderingsrecht. Dit is het geval bij de echtgenote van een firmant in algehele gemeenschap van goederen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en mat de aanslagen aan tot de door de erfgenamen opgegeven bedragen.
De overige grieven van de erfgenamen werden niet behandeld omdat de Hoge Raad de hoofdzaak op basis van de cijfers kon beslissen. De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van artikel 22 Successiewet Pro 1956 en bevestigt dat de faciliteit ook geldt voor indirecte verkrijgingen die afhankelijk zijn van bedrijfsvermogen.
Uitkomst: De aanslagen in het recht van successie zijn verminderd tot de door de erfgenamen opgegeven verkrijgingen.