ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6269
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Waarde van vennootschapsaandeel en huwelijksgemeenschap bij overlijden erflaatster
Op 26 september 2005 overleed erflaatster, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met eiser 1, met wie zij samen een maatschap dreef. De waarde van het vennootschapsaandeel en de omvang van de huwelijksgemeenschap stonden centraal in het geschil over de successiewaarde.
De rechtbank had de aanslagen inzake het recht van successie opgelegd, waarbij de waarde van de nalatenschap was vastgesteld op €1.398.490. Eiser 1 en eiser 2 werden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, terwijl het beroep van eiseres ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat de waarde van het vennootschapsaandeel mede wordt bepaald door een in de maatschapsovereenkomst opgenomen verblijvings- of overnemingsbeding. Dit beding bepaalt dat bij overlijden de voortzettende maten het aandeel kunnen overnemen tegen de boekwaarde van €676.289. Hierdoor moet ook de waarde van het aandeel van de langstlevende echtgenoot in de huwelijksgemeenschap op deze boekwaarde worden gesteld.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor wat betreft het beroep van eiseres, verklaarde het beroep gegrond en stelde de aanslag voor eiseres vast op basis van een verkrijging van €142.978. Tevens werden proceskosten toegekend aan eiseres. De beroepen van eiser 1 en eiser 2 bleven niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van eiseres is gegrond verklaard en de aanslag successierecht is verminderd tot een verkrijging van €142.978.