ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9203
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invorderingsfaciliteit Successiewet 1956 bij verkrijging overbedelingsvorderingen landgoed
Het geschil betreft de vraag of de invorderingsfaciliteit van artikel 7 van Pro de Natuurschoonwet 1928 (NSW) van toepassing is op de vorderingen van belanghebbenden wegens overbedeling in de nalatenschap van de heer A.
Belanghebbenden, erfgenamen van de overleden heer A, stelden dat de invorderingsfaciliteit ook voor hun vorderingen geldt omdat deze mede afhankelijk zijn van de waarde van het landgoed dat zij van de langstlevende echtgenote hebben verkregen. De Inspecteur betwistte dit standpunt en hield bij de aanslagen geen rekening met deze faciliteit.
Het hof oordeelde dat de systematiek van de NSW en de wettekst van artikel 7 lid 1 zich Pro verzetten tegen een extensieve interpretatie die de invorderingsfaciliteit ook op de vorderingen van belanghebbenden zou toepassen. De door belanghebbenden aangehaalde arresten van de Hoge Raad zijn niet van toepassing op hun situatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis is gewezen door het hof te 's-Hertogenbosch op 28 februari 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbenden wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.