[geïntimeerde] heeft daarover schriftelijke verklaard (welke schriftelijke verklaring aan het proces-verbaal van getuigenverhoor is gehecht) als antwoord op de volgende vragen:
“b. Op welke wijze is (zijn) het (de) in de procedure betrokken effectenleasecontract(en) (hierna de contracten) tot stand gekomen? Is in verband daarmee een tussenpersoon thuis op bezoek gekomen? Zo ja, wie waren daarbij aanwezig?”
Luidt het antwoord:
“
Er werd een keer gebeld door of iemand namens Dexia. Ik was al aan het denken om te sparen voor het pensioen, ik kreeg een positief verhaal te horen en er zijn geen risico’s genoemd. Ik kreeg de stukken thuis gestuurd en heb het verder alleen geregeld. Ik zag het als iets voor de zaak, daar had mijn vrouw geen bemoeienis mee. Wel heb ik gezegd dat ik iets geregeld had voor mijn pensioen, maar waar en hoe dat was dat wist mijn vrouw niet.”
En op vraag c:
“Uit welke bron(nen) en van welke bankrekening(en) kwam het geld voor de inleg vandaag?”
Luidt het antwoord:
“
Er ging maandelijks een bedrag van de zakelijke rekening naar de privé rekening, vanaf de privé rekening werd de inleg betaald.”
En op vraag e:
“Welke bankrekeningen hadden de contractant en de echtgenoot?
Een per bankrekening:
Luidt het antwoord:
“Ik had een zakelijke rekening voor het bedrijf en een privé rekening die op beider naam staat. Alle uitgaven binnen huishouden werden van de privé rekening betaald(…)”
En op vraag l:
“Hadden de contractant en/of de echtgenoot in de betreffende periode een pensioenvoorziening, een lijfrentepolis, een belegging in aandelen of een soortgelijke vermogensvoorziening?”
Luidt het antwoord:
“Ik had geen pensioen door de eigen zaak. Daarvoor had ik de overeenkomst van Dexia afgesloten. Ik heb ook koopsompolissen gehad. ”
[persoon A] heeft in het kader van de verstrekte bewijsopdracht schriftelijk verklaard (welke schriftelijke verklaring aan het proces-verbaal van getuigenverhoor is gehecht) als antwoord op de volgende vraag l:
“Hadden de contractant en/of de echtgenoot in de betreffende periode een pensioenvoorziening, een lijfrentepolis, een belegging in aandelen of een soortgelijke vermogensvoorziening?”
Antwoord:
“Mijn man heeft mij verteld dat hij iets voor zijn pensioen is gaan regelen. Hij regelde dat soort zaken zelf. Ik heb daar niets mee gedaan of voor hoeven doen.”
Als getuige heeft [persoon A] verklaard:
“Ik wist wel dat mijn man ging sparen voor zijn pensioen, maar wat wist ik niet.”
Als getuige heeft [geïntimeerde] (schriftelijk) verklaard:
“
Ik had een zakelijke rekening voor het bedrijf en een privé rekening die
op beider namen staat. Alle uitgaven binnen huishouden werden van de privé rekening betaald.”
Uit deze verklaringen, in onderling verband en samenhang bezien, volgt dat [persoon A] er van op de hoogte was dat [geïntimeerde] voor zijn pensioen overeenkomsten had afgesloten waarvoor de gezamenlijke rekening zou worden gebruikt om betalingen onder de overeenkomsten te verrichten. Dit betreft de periode vóór 13 maart 2000 omdat [geïntimeerde] als getuige heeft verklaard:
“Tegen mijn vrouw heb ik, toen ik de Dexia-polis afsloot, gezegd dat het sparen was voor het pensioen.”Dit betekent dat [persoon A] wist, vanaf het tekenen van de Leaseovereenkomsten, van het bestaan van een financieel product dat kennelijk aanleiding gaf tot een periodiek beroep op de gezinsfinanciën. Dat zij daarbij in de veronderstelling verkeerde dat het hier om sparen voor een pensioen ging, is niet van belang. Zoals hierboven is overwogen, is immers niet vereist dat de niet-handelende echtgenoot bekend is met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden.