Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Aerolux B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[X.B.V.] .,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/405585 / KG ZA 24-357)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1-8;
- de memorie van antwoord met producties I-M;
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de op 13 november 2025 toegezonden akte overlegging aanvullende producties 9-11, die mr. Van Beers bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de op 18 november 2025 toegezonden akte overlegging aanvullende productie 12, die mr. Van Beers bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de op 28 november 2025 toegezonden brief met de aanvullende productie N die mr. Mutsaers bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.Waar gaat deze zaak over?
4.De beoordeling
5.1. Materialen en specificaties
klacht aanbesteding ‘LED verlichting sportvelden gemeente Nuenen’. De inhoud van de brief luidt – voor zover van belang – als volgt:
bij rechterlijke beslissingzou zijn gebonden aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De rechtsverhouding waar Aerolux c.s. haar vorderingen op baseert en die zij in deze procedure aan de orde stelt, is de (precontractuele) rechtsverhouding tussen Aerolux c.s. als inschrijver en de gemeente als aanbestedende partij. In deze rechtsverhouding is Oostendorp niet betrokken. Dit is in hoger beroep niet anders. Ook nu kan het hof oordelen over de vorderingen van Aerolux c.s. in de zin zoals hierna onder 4.8 is overwogen zonder dat Oostendorp door Aerolux c.s. is gedagvaard in hoger beroep of in het geding is opgeroepen. Aerolux c.s. is dan ook ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.
“Het is ons niet geheel duidelijk, wat wordt er bedoelt met uit één geheel?”(rechtsoverweging 4.1.13). Omdat het hof de gestelde eis niet eenduidig kan uitleggen in de zin die de gemeente voorstaat, kan niet worden gezegd dat Aerolux c.s. haar recht om over deze eis uit het PvE te klagen, heeft verwerkt. Voor zover door de gemeente nog wordt gehandhaafd dat (i) de gemeente erop mocht vertrouwen dat Aerolux c.s. geen bezwaar had tegen de in de aanbesteding gestelde eisen doordat zij onvoorwaardelijk heeft ingeschreven en (ii) dat Aerolux c.s. een klacht hadden moeten indienen bij de Commissie van Aanbestedingsexperts, verwijst het hof naar het oordeel van de voorzieningenrechter en neemt het hof die overwegingen over.
“Door de technische specificaties in het Programma van Eisen worden onze armaturen uitgesloten en hebben wij niet kunnen aanbieden”. Voorts is in een nadere verklaring van [persoon B] (productie 9) te lezen dat de armaturen van [bedrijf 4] met één module misschien wel voldoen aan de eis van één behuizing, maar kunnen die armaturen niet aan de licht-technische eisen voldoen. In het licht van deze verklaringen had van de gemeente verwacht mogen worden dat zij haar verweer nader (met stukken) had onderbouwd. Voor zover de gemeente naar voren heeft gebracht dat [bedrijf 4] kan voldoen
“al dan niet na het doorvoeren van modificaties”verwijst het hof naar hetgeen hiervoor is overwogen (rechtsoverweging 4.20).
- aan dagvaardingskosten € 112,37
- aan griffierecht € 688,-
- aan salaris advocaat € 1.107,-
- aan dagvaardingskosten € 115,22
- aan griffierecht € 798,-
- aan salaris advocaat € 2.428,-
- aan nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals hierna vermeld)