Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel’ (feit 1);
- ‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd’ (feit 2);
- ‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin’ (feit 3);
- ‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd’ (feit 4);
- ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 5);
- ‘opzettelijk handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’ (feit 6);
- ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 7),
€ 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] is toegewezen tot een bedrag van € 250,00 aan immateriële, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder heeft de rechtbank een beslissing genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen en is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
hij op of omstreeks 20 november 2022 te Vlissingen zijn levensgezel [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] (hardhandig) bij de polsen, althans het lichaam, vast te pakken en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] (naar achteren) te duwen en/of die [slachtoffer 4] (met zijn knie) tegen haar buik, althans het lichaam, te trappen/schoppen/duwen;
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 22 juni 2021 tot en met 20 november 2022 te Vlissingen een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 1] , heeft mishandeld door:
hij op of omstreeks 20 november 2022 te Vlissingen een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft mishandeld door op die [slachtoffer 3] te zitten en/of die [slachtoffer 3] (met gebalde vuist) tegen het hoofd te slaan/stompen en/of die [slachtoffer 3] (met kracht) bij de haren te pakken en/of (vervolgens) aan die haren te trekken;
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 22 juni 2021 tot en met 20 november 2022 te Vlissingen telkens opzettelijk heeft mishandeld en/of de gezondheid heeft benadeeld van [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] , en/of [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 1] , zijnde (een) kind(eren) dat/die hij verzorgt en/of opvoedt als behorend tot zijn gezin door meermalen, althans eenmaal,:
hij op of omstreeks 20 november 2022 te Vlissingen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 403 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks in de periode van 20 november 2022 tot en met 22 november 2022 te Vlissingen (een) wapen(s) van categorie I, onder 7°, van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een/vier, althans een of meerdere, gasdrukpistolen (merken P. Beretta en/of Hofeng Air Gun, Long Barrel caliber .45 en/of Detonic tm 50651 en/of Double Eagle) en/of een wapen van categorie I, onder 3°, van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, heeft vervaardigd/voorhanden gehad;
hij op of omstreeks 22 november 2022 te Vlissingen een wapen van categorie III, onder 1, van de Wet wapens en munitie, te weten een seinpistool/vuurwapen van het merk Kilgore, model B, centraal vuur, kaliber 37mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, voorhanden heeft gehad.
(vgl. ECLI:NL:GHDHA:2017:1540 en ECLI:NL:GHDHA:2021:806), literatuur
(Tijdschrift Familie- en Jeugdrecht, FJR2024:46)en een tweetal vonnissen (
ECLI:NL:RBMNE:2021:1786 en ECLI:NL:RBZWB:2021:4242), op het standpunt gesteld dat de onder feit 4 tenlastegelegde psychische mishandeling ten aanzien van [slachtoffer 3] bewezen kan worden verklaard. De advocaat-generaal heeft samengevat aangevoerd dat er sprake was van structureel handelen waarbij de verdachte denigrerende opmerkingen richting [slachtoffer 3] heeft gemaakt, welke opmerkingen onder meer bestonden uit het uitschelden van die [slachtoffer 3] en het aan haar mededelen dat zij zelfmoord zou moeten plegen. Uit de aangehaalde literatuur en vonnissen van de rechtbank volgt dat voor de vaststelling van psychisch letsel niet altijd een deskundigenrapportage is vereist.
(vgl. ECLI:NL:RBMNE:2022:263)aangevoerd dat het bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van psychische mishandeling aankomt op de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de gedraging(en) van verdachte en de omstandigheden waaronder deze is/zijn verricht. De raadsman stelt dat in het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland niet kon worden vastgesteld hoe frequent en op welke wijze het kind denigrerend zou zijn toegesproken. De rechtbank spreekt de verdachte vervolgens vrij omdat op basis van het dossier niet valt vast te stellen of
“sprake was van een dusdanige aard van de handelingen of van handelingen binnen een zodanig patroon van kleineringen, afstand of afwijzingen door en van de verdachte dat hierdoor bij (het kind) psychisch letsel als bedoeld in artikel 300”van het Wetboek van Strafrecht is veroorzaakt. De raadsman meent dat ook in de zaak van de verdachte onvoldoende uit het dossier volgt dat er sprake zou zijn van een structureel patroon, reden waarom de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daar komt bij dat een deskundigenrapportage over de psychische gesteldheid van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] ontbreekt. Ten slotte ontbreekt aan de zijde van de verdachte iedere vorm van opzet om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geestelijk te mishandelen.
hij op 20 november 2022 te Vlissingen zijn levensgezel [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] (hardhandig) bij de polsen vast te pakken;
hij op tijdstippen in de periode van 22 juni 2021 tot en met 20 november 2022 te Vlissingen een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 1] , heeft mishandeld door:
hij op 20 november 2022 te Vlissingen een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] tegen het hoofd te slaan en die [slachtoffer 3] (met kracht) bij de haren te pakken en vervolgens aan die haren te trekken;
hij op 20 november 2022 te Vlissingen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 403 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij in de periode van 20 november 2022 tot en met 22 november 2022 te Vlissingen wapens van categorie I, onder 7°, van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk vier gasdrukpistolen (merken P. Beretta en Hofeng Air Gun, Long Barrel caliber .45 en Detonic tm 50651 en Double Eagle) en een wapen van categorie I, onder 3°, van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, heeft voorhanden gehad;
hij op 22 november 2022 te Vlissingen een wapen van categorie III, onder 1, van de Wet wapens en munitie, te weten een seinpistool, van het merk Kilgore, model B, centraal vuur, kaliber 37mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad.
specifiek merk, geen eis is die de wet stelt. Het hof is gelet op het hiervan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen
(dossierpagina 224 en verder)van oordeel dat de vier tenlastegelegde gasdrukpistolen sprekende gelijkenissen vertonen met een bestaand vuurwapen, niet hebben te gelden als speelgoed, voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn en hierdoor vallen onder categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie.
(dossierpagina 237 e.v.), opgeleid en bevoegd tot het beschrijven van wapens genoemd in de Wet wapens en munitie, volgt dat de tenlastegelegde ploertendoder een wapen betreft in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie 1, onder 3, van de Wet Wapens en Munitie. Het verweer wordt derhalve, gelet op de conclusie uit voornoemd proces-verbaal van bevindingen, verworpen.
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
€ 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
90 (negentig) dagen;
71 (eenenzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 100,00 (honderd euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2022 tot aan de dag der voldoening;
€ 150,00 (honderdvijftig euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2022 tot aan de dag der voldoening;
€ 150,00 (honderdvijftig euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2022 tot aan de dag der voldoening.