ECLI:NL:GHSHE:2025:3675

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
20-000131-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 359 SvArt. 27 SrArt. 29 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal auto met valse sleutel in vereniging

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor diefstal van een Toyota Rav4 in Breda, gepleegd in vereniging met anderen door gebruik van een valse sleutel. De diefstal vond plaats tussen 18 en 23 september 2024. De auto werd voorzien van valse kentekenplaten en later aangetroffen in beweging op de openbare weg.

Bewijs bestond uit onder meer verklaringen van getuigen, observaties van politie, inbeslagname van gereedschappen zoals een lockpick, mobifinder en key tool max pro, en digitale gegevens van een telefoon van verdachte die op het moment van de diefstal nabij de locatie aanwezig was. Verdachte werd samen met medeverdachten aangehouden in een voertuig nabij Weert.

Het hof oordeelde dat sprake was van medeplegen, waarbij verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen de diefstal pleegde. Verdachte maakte geen ontkennende verklaring en beriep zich op zwijgrecht. Gelet op de ernst van het feit, eerdere veroordelingen in Litouwen en de omstandigheden, legde het hof een gevangenisstraf van 3 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd teruggave van twee in beslag genomen telefoons aan verdachte gelast.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor diefstal van een auto met valse sleutel in vereniging met anderen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000131-25
Uitspraak : 12 december 2025
VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 7 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-306931-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] (Litouwen) op [geboortedag 1] 1985,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest. De politierechter heeft daarnaast de teruggave aan de rechthebbende (zijnde verdachte) gelast van de inbeslaggenomen telefoons.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal de teruggave gevorderd van de in beslaggenomen telefoons aan de rechthebbende, zijnde verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 18 september 2024 tot en met 23 september 2024 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel,
door gebruik te maken van een lockpick en/of een mobifinder en/of een key tool max pro;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 september 2024 te Breda en/of Weert, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een auto, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 18 september 2024 tot en met 23 september 2024 te Breda tezamen en in vereniging met anderen, een auto, die aan [benadeelde] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel een valse sleutel, door gebruik te maken van een lockpick en/of een mobifinder en/of een key tool max pro.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen, tenzij anders vermeld, naar pagina’s van het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2024245979, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , gesloten d.d. 10 november 2024 (doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 297). Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1.
Het proces-verbaal van aangifte, d.d. 19 september 2024, dossierpagina’s 17-19, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde] :
Hierbij doe ik aangifte van diefstal van mijn witte, met zwart dak, Toyota RAV 4 met kenteken [kenteken 1] . Op woensdag 18 september 2024 omstreeks 17.30 uur parkeerde ik mijn auto voor mijn woning in een parkeervak met de neus richting de lage nummering op [adres 1] . Ik sloot het voertuig af middels de afstandsbediening. Ik zag de spiegels inklappen.
Op donderdag 19 september 2024 omstreeks 01.35 uur werd ik gebeld door mijn overbuurman. Die vertelde mij dat hij zojuist twee personen had zien wegrijden in mijn auto. Hij heeft geen goed signalement gezien en hij heeft ook niet gezien hoe ze in de auto zijn gekomen. Hij is gaan kijken toen hij wat geluid hoorde en zag ze toen in mijn auto wegrijden in de richting van de lage nummers ( [adres 7] ). Het betreft eenrichtingsverkeer. Ik ben buiten gaan kijken, maar heb geen sporen aangetroffen. Wel zag ik dat mijn auto weg was.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 september 2024, dossierpagina’s 31-33, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Op donderdag 19 september 2024 omstreeks 09.40 uur werd op de Grote Houw in Breda op een parkeerplaats een witte Toyota Rav 4 aangetroffen welke van diefstal afkomstig bleek te zijn. Deze Toyota was nog voorzien van het originele kenteken, [kenteken 1] , nader te noemen [kenteken 1] .
Op de [kenteken 1] werd een niet-registerend heterdaadmiddel aangebracht. Op zaterdag 21 september 2024 om 22:06 uur kreeg ik een sms bericht dat de [kenteken 1] in beweging kwam.
Ik zag hierbij op de daarvoor bestemde website dat de [kenteken 1] vanaf de parkeerplaats de doorgaande weg Grote Houw op bewoog. Ik zag dat de [kenteken 1] hierop gelijk rechtsaf een parkeerplaats opreed en daar tot stilstand kwam. Hierop zijn politieambtenaren naar de locatie gereden waar de [kenteken 1] tot stilstand was gekomen.
Door politieambtenaar [verbalisant 3] werd gezien dat de [kenteken 1] geparkeerd stond in een parkeervak nabij de woningen [adres 2] - [adres 3] . Door [verbalisant 3] werd gezien dat de [kenteken 1] leeg was en dat deze nog was voorzien van de originele kentekenplaten. Om 23:11 uur kreeg ik wederom een sms bericht dat de [kenteken 1] in beweging kwam. Ik zag dat de [kenteken 1] wegreed over de Grote Houw en hierbij een parkeerplaats opreed achter het winkelcentrum.
Ik zag via de website dat de [kenteken 1] even kort tot stilstand kwam en hierna wegreed vanaf de parkeerplaats in de richting van de Heerbaan. Ik zag dat de [kenteken 1] via de Heusdenhoutsestraat naar de Weilustlaan reed. Ik zag dat de [kenteken 1] hier om 23:14 uur tot stilstand kwam op de parkeerplaats bij de flat met de huisnummers [adres 4] - [adres 5] .
Hierop zijn politieambtenaren naar de locatie gereden waar de [kenteken 1] tot stilstand was gekomen. We zagen dat de [kenteken 1] nu voorzien was van de kentekenplaten [kenteken 2] . Hierop hebben we een zintuigversterkend middel geplaatst op de [kenteken 1] . Op maandag 23 september 2024 om 15:37 uur kreeg ik een sms bericht dat de [kenteken 1] in beweging kwam.
3.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 september 2024, dossierpagina’s 34-37, met de fotobijlage op dossierpagina’s 38-48, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Onderstaande bevindingen heb ik waargenomen middels een zintuigversterkend middel. Op maandag 23 september 2024, omstreeks 15:32 uur zag ik dat er een Toyota Rav4, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , op de parkeerplaats stond aan de Weilustlaan te Breda. Ambtshalve is mij bekend dat dit de weggenomen [kenteken 1] betreft en dat deze nu voorzien is van valse kentekenplaten. Ik zag dat er een grijs kleurige personenauto naast werd ingeparkeerd.
Ik zag dat dit een Seat Altea betrof voorzien van Litouws kenteken [kenteken 3] . Hierna te noemen de [kenteken 3] . Ik zag dat dat bestuurder van de [kenteken 3] via het linker voorportier uitstapt en naar de voorzijde van de [kenteken 1] loopt. Ik zag dat de bijrijder via het rechter voorportier uitstapt en richting de achterzijde van de [kenteken 1] loopt. Ik zag dat deze bijrijder met zijn telefoon een beweging maakt alsof hij een foto maakt van de achterzijde van de [kenteken 1] .
Signalement bestuurder (NN1):
Blanke huidskleur, kort bruin haar, kort baardje (ongeschoren), stevig portuur, blauw T-shirt, blauw kleurige korte broek met aan de buitenzijde ter hoogte van zijn bovenbeen een wit kleurige streep van boven naar beneden heeft met daarvoor een merk of logo, slippers.
Signalement bijrijder (NN2):
Blanke huidskleur, kort bruin haar met baardje (ongeschoren), stevig postuur, donkerkleurige pet met wit embleem/logo in het midden, donker blauwe jas, donkerkleurig T-shirt met groot logo voorzien van strepen op zijn borst, heuptasje dragend over zijn linkerschouder onder zijn jas, korte broek, donkere korte sokken, lopend op donkerkleurige Crocs slippers. Telefoon in zijn rechterhand.
Ik zag NN1 en NN2 beiden naar de voorzijde van de [kenteken 1] lopen en daar bukken alsof ze bezig waren bij de kentekenplaat aan de voorzijde. Ik zag NN1 contact maken via het half openstaande linker voorraam met een derde (NN3) persoon die nog in de [kenteken 3] zat. Ik zag dat NN1 met beide armen door de raamopening naar binnen reikte de [kenteken 3] in. Ik zag dat NN3 bewoog op het linker zitgedeelte van de achterbank van de [kenteken 3] . Ik zag dat NN2 wat om zich heen aan het kijken is en met zijn telefoon bezig is. Ik zag dat NN1 iets heeft gekregen van NN3. Ik zag dat NN1 iets lijkt uit te zoeken dat hij in zijn handen heeft. Ik zag dat NN1 iets teruggeeft door het openstaande raam aan NN3. Ik zag dat NN1 bukt tussen beide voertuigen in. Ik zag dat NN1 opstaat en handelingen verricht aan de voorzijde van de [kenteken 1] . Ik zag dat tijdens deze handelingen de [kenteken 1] op en neer beweegt waaruit ik kan opmaken dat het met een behoorlijke kracht ging. Op datzelfde moment staat NN2 naast NN3 en is NN2 de omgeving aan het scannen. Ik zag dat NN1 om de [kenteken 1] heen loopt naar de achterzijde van het voertuig. Ik zag dat hij een sleutelgelijkend voorwerp in zijn linkerhand beet had. Ik zag dat NN1 met zijn linkerhand aan de achterzijde van de [kenteken 1] aan de kentekenplaat voelt en er overheen wrijft en tegelijkertijd een zwart kleurig wat groter voorwerp in zijn rechterhand vast heeft. Ik zag dat NN1 met beiden handen deze kentekenplaat aanduwt.
Ik zag dat NN1 zich bij NN2 aansluit en dat beiden mondeling contact hebben met elkaar. Ik zag dat NN2 naar de achterzijde van de [kenteken 1] loopt en met zijn linkerhand over dezelfde kentekenplaat wrijft, terwijl hij in zijn rechterhand zijn telefoon nog steeds vasthoudt. Ik zag dat NN1 bukt bij het linker voorwiel van de [kenteken 1] en daar iets in de wielkast doet. Ik zag dat NN1 aan de voorzijde van de [kenteken 1] ging staan en NN2 aan de linkerzijde van de [kenteken 1] ging staan. Ik zag dat NN3 via het linker achterportier de [kenteken 3] verlaat.
Signalement bijrijder achterbank (NN3):
Blanke huidskleur, lang en mager, donker kort haar met 2 inhammen aan de voorzijde. Licht kleurig T-shirt korte mouwen, donkerkleurige bodywarmer, donkerkleurige korte broek, zwarte korte sokjes met zwarte sneakers.
Ik zag dat NN3 achter de [kenteken 1] langsloopt met zijn handen in zijn bodywarmer en vervolgens naar het linker voorportier loopt. Met zijn rechterhand iets uit zijn bodywarmer haalt en dit bij het linker voorportier houdt, waarna de oranje knipperlichten van de [kenteken 1] oplichten en het linker voorportier wordt geopend door NN3. Ik zag dat tegelijkertijd NN1 lacht in de richting van NN3 en dat NN2 met zijn telefoon foto's of filmpje maakt van NN3 die het voertuig in stapt. Ik zag dat NN1 en NN2 grote lol hebben met zichtbare lach op hun gezicht en samen naar de voorzijde van de [kenteken 1] lopen. Ik zag dat NN3 achter het stuur van de [kenteken 1] plaatsneemt, het linker voorportier sluit en daarna de remverlichting en de achteruitrijverlichting gaat branden. Ik zag dat NN2 terugloopt en contact maakt met NN3 bij het linker voorportier van de [kenteken 1] .
Vertrek [kenteken 1] :
Ik zag dat NN3 de [kenteken 1] om 15:36:40 uur, achteruit rijdt het parkeervak uit en daarna weg rijdt. Ik zag dat NN1 diverse handelingen verricht bij de [kenteken 3] . Ik zag dat hij een zwarte rugzak vanuit de achterbank haalt en deze in de kofferbak legt. Ik zag dat hij diverse goederen uit deze rugzak haalt en deze verstopt in de hemelbekleding van de [kenteken 3] via een ingang vanuit de kofferbak. 1 lang zwart voorwerp dat lijkt op een deuropener die via een raam tussen de deurstijl kan.
Ik zag dat NN2 ondersteunt bij het verstoppen van deze goederen in de hemelbekleding. Ik zag dat NN1 ook nog diverse goederen vanuit de rugzak verstopt op meerdere plekken in het voertuig namelijk, linksachter bij de achterbank, hemel midden in, linksvoor en diverse handelingen achterin de kofferbak onderin de ruimte bij het reservewiel.​​​​​​​
Ik zag dat NN2 inmiddels zijn jas uit heeft gedaan en deze achterin het voertuig heeft gelegd. Hierdoor zag ik dat NN2 op zijn linker onderarm een flink tatoeage heeft. Ik zag dat NN1 weer als bestuurder in de [kenteken 3] stapt. Ik zag dat NN2 weer als bijrijder rechtsvoor in de [kenteken 3] stapt.
Vertrek [kenteken 3]
Ik zag dat de [kenteken 3] om 15:41:47 uur, achteruit rijdt het parkeervak uit en daarna weg rijdt.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 september 2024, dossierpagina’s 56-58, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Op maandag 23 september 2024, waren wij belast met de verkeerssurveillance. Op genoemde datum, omstreeks 15:45 uur, werden wij in kennis gesteld dat er vanuit Breda een van diefstal afkomstige Toyota Rav4, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , aan het rijden was richting Tilburg over de autosnelweg A58. Hierop zijn wij met spoed die kant op gegaan om het genoemde voertuig staande te kunnen houden. Onderweg hoorden wij via de mobilofoon dat genoemd voertuig zich over de A58 verplaatste richting Eindhoven en later zijn weg vervolgde over de autosnelweg A2 richting Weert.
Op genoemde datum, omstreeks 16.25 uur, kregen wij genoemd voertuig in zicht op de A2 ter hoogte van Weert. Op dat moment reden wij achter genoemd voertuig. Vanwege het feit dat genoemd voertuig van diefstal afkomstig was en wij een achtervolging wilden voorkomen, hebben we genoemd voertuig middels een zogenaamde inbox procedure tot stilstand gedwongen. Vervolgens hebben we de bestuurder, [medeverdachte 1] , welke tevens ook de enige inzittende was, aangehouden op verdenking van heling. Tevens zagen wij dat de kentekenplaten op genoemd voertuig vals waren. Dit zagen we doordat de tekens op de kentekenplaat middels stickers waren aangebracht.
Verdachte
Achternaam: [medeverdachte 1]
Voornamen: [medeverdachte 1]
Geboren: [geboortedag 2] 1996
Geboorteplaats: [geboorteplaats 2] in Litouwen
5.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 september 2024, dossierpagina’s 59-61, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7] :
Ik was op maandag 23 september 2024 belast met een onderzoek naar een weggenomen personenauto van het merk Toyota, type RAV4 en origineel voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Ik vernam dat het voertuig ondertussen een vals kenteken voerde, te weten [kenteken 2] . Nader te noemen [kenteken 1] .
Op enig moment vernam ik dat de [kenteken 1] door collega's van de Landelijke Eenheid tot stoppen was gebracht en de bestuurder was aangehouden.
Na enig moment hoorde ik dat er uitgekeken moest worden naar een zilverkleurige personenauto van het merk Seat, type Altea en voorzien van het Litouws kenteken [kenteken 3] , nader te noemen [kenteken 3] . In dit voertuig zouden twee inzittenden zitten, welke betrokkenheid zouden hebben met de weggenomen [kenteken 1] . Ik hield mezelf daarom stil op oprit 36 ter hoogte van Maarheeze en keek ik vanuit deze positie uit op het voorbijkomende verkeer over de Rijksweg A2 in de richting van Weert. Op enig moment zag ik de [kenteken 3] rijden waarna ik dit doorgaf aan de overige collega's. Ter hoogte van afrit 39 van de Rijksweg A2 ter hoogte van Nederweert zag ik dat de bestuurder van de [kenteken 3] een stopteken kreeg, waarna deze op de Via Raeke te Weert werd staande gehouden. Ik zag dat de collega's beide inzittenden direct aanhielden en hen de transportboeien aanlegde.
De bestuurder bleek te zijn genaamd:
[medeverdachte 2]
[geboortedag 3] 1987 te [geboorteplaats 3]
en de bijrijder bleek te zijn genaamd:
[verdachte]
[geboortedag 1] 1985.
Later werd door collega [verbalisant 4] een screenshot getoond van de beschreven beelden opgemaakt onder proces-verbaalnummer 2024245979-5 (
het hof: bewijsmiddel 3). In zijn proces-verbaal benoemt hij NN1 als de bestuurder van de [kenteken 3] en NN2 als de bijrijder van de [kenteken 3] . Ten tijde van de aanhouding van beide inzittenden herken ik voor 100% de genoemde NN1 als verdachte [medeverdachte 2] en NN2 als verdachte [verdachte] .
6.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 oktober 2024, dossierpagina’s 65-67, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :
Na het inboxen van de Toyota en de aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] , ben ik ingestapt
in het betrokken voertuig, de TOYOTA. Ik zou het voertuig vanaf de aanhoudingslocatie van de verdachte overbrengen naar het politiebureau Mijkenbroek te Breda.
Op het moment dat ik in de Toyota stapte, was het contact van de Toyota uitgeschakeld.
De Toyota stond in de "P" stand (parkeerstand). Ik trapte op het rempedaal van de Toyota en drukte op de "start/stop" knop. Ik merkte dat de auto hier niet op reageerde. In de Toyota kon ik geen contactsleutel vinden. Ik vroeg aan mijn collega van team Verkeer of hij wist waar de sleutel was. Ik zag dat hij naar hun auto liep, naar de zijde van het voertuig waar de verdachte zat. Ik zag dat de collega iets aan de verdachte vroeg en daarna mijn kant op liep met een sleutel in zijn hand. De collega overhandigde mij een sleutel. Ik zag dat dit geen originele contactsleutel was. Ik zag dat de sleutel niet voorzien was van een Toyota logo.
Ik zag dat de Toyota wel reageerde op de sleutel die ik zojuist overhandigd had gekregen.
Ik zag namelijk dat het dashboard oplichtte toen de sleutel in de nabijheid van het
voertuig kwam. Ik legde de sleutel in de middenconsole, in de ruimte die fungeert als bekerhouder. Ik drukte op de "start/stop" knop en het contact van de Toyota ging aan.
7.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 25 september 2024, dossierpagina’s 75 -77, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] :
Op dinsdag 24 september 2024, omstreeks 14:00 uur waren wij belast met de doorzoeking van een Litouws voertuig, te weten een Seat Altea, voorzien van het kenteken: [kenteken 3] . Dit voertuig en inzittenden waren betrokken bij het ophalen van een gestolen Toyota Rav4. Tijdens het doorzoeken van het voertuig was het ons bekend dat er door de inzittenden handelingen waren verricht bij de dakhemel, bij het linker achterportier en ter hoogte van het stuur. Dit was eerder waargenomen.
Na onderzoek bij de dakhemel, bereikbaar via de kofferbak, bleek ons dat er een setje valse kentekenplaten boven de dakhemel lagen. Dit betroffen overduidelijk valse kentekenplaten en deze kwamen precies overeen met de valse kentekenplaten zoals deze waren aangetroffen op de Rav4. Wij zagen dat deze kentekenplaten waren voorzien van de cijferlettercombinatie: [kenteken 4] . Dit kenteken is afgegeven voor een blauwe Toyota Rav4, afkomstig uit Breda. In de kofferbak werd aangetroffen een aantal stukken dubbelzijdig tape. Gelijksoortig tape werd aangetroffen op de valse kentekenplaat op de gestolen Rav4. Vervolgens bleek mij, verbalisant [verbalisant 9] dat het dorpel bij de linker achterportier betrekkelijk eenvoudig los te krijgen was. Ik zag dat er hieronder twee werkhandschoenen zaten. Ik voelde dat in een van deze handschoenen iets zat. Ik heb de inhoud er met latexhandschoenen uitgehaald en ik zag dat hierin:
-Een apparaatje zat met hierop een sticker: "mobi finder".
Onderzoek op het internet zegt hierover: bron Google:
"mobifinder® is een innovatieve en eenvoudig te gebruiken mobiele telefoondetector of
mobiele telefoondetector die veilig mobiele telefoonsignalen in een beperkt gebied
identificeert en registreert. Personeel in het beveiligingsgebied dat is uitgerust
met mobifinder® ontving een waarschuwing zodra een mobiele telefoon begint met
verzenden. Passende veiligheidsmaatregelen kunnen vervolgens worden uitgevoerd."
-Een apparaat met hierop een knopje en een blauwe snoer die eindigt in een vorkje.
Onderzoek online leert dat met dit apparaatje een Toyota Rav4 kan worden geopend en
worden gestart.
Vervolgens troffen wij aan de voorzijde van het voertuig boven de dakhemel, aan de bijrijderszijde, een zogenaamde lockpick en een pasje van het [hotel] hotel.
De kentekenplaten, de mobi finder, en het apparaat om voertuigen te openen en lockpick zijn door ons inbeslaggenomen.
8.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 24 september 2024, dossierpagina’s 103-105, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 11] :
Op 24 september 2024 werd tijdens de doorzoeking van de [kenteken 3] , in de hemel van het voertuig een pas aangetroffen van het [hotel] en ben ik samen met opsporingsambtenaar [verbalisant 12] gegaan naar het genoemd hotel. Ik hoorde dat de assistent-manager zei dat de kamer 7 dagen gehuurd was door drie mannen.
KAMER 457:
Op dinsdag 24 september 2024 heeft de assistent-manager de kamerdeur geopend. In de kamer zag ik tussen de bedden, op het nachtkastje, een lockpicker liggen om een auto te openen. [verbalisant 12] en ik hebben de volgende goederen meegenomen uit de kamer 457:
- 1 lockpicker
- klein gereedschapskistje met inhoud en
- boekje van een apparaat beschrijving van een apparaat waar je een auto inleerd.
9.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 26 september 2024, dossierpagina’s 106-107, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :
Op dinsdag 24 september 2024 werd door mij, samen met politiefunctionaris [verbalisant 11] , in kamer 457 van het hotel een onderzoek ingesteld.
Ik zag dat dit een kamer betrof voor 3 personen en er in deze kamer 3 losse bedden
stonden.
Wat direct opviel was een zogenaamde lockpick, deze lag op een nachtkastje tussen 2 bedden in. Ik zag dat op deze lockpick de letter TOY48v stonden. Bij lockpicks worden vaak de eerste 3 letters van het betreffende automerk gebruikt, waarvoor deze lockpick bedoeld is. In dit geval TOYota. Verder lag er een gebruiksaanwijzing onder de lockpick van een "key tool max pro”. Na het Googelen van deze beschrijving blijkt deze beschrijving te behoren bij een apparaat wat nieuwe autosleutels kan inleren/kopiëren.
In de gereedschapskist werd een rol met dubbelzijdige tape aangetroffen. Hieruit was
een gedeelte gesneden. Het uitgesneden gedeelte kwam 1 op 1 overeen met eerder
aangetroffen tape in de Seat Altea. Tevens werd er een soort OBD stekker/tool aangetroffen. Deze OBD tool wordt gebruikt voor het uitlezen van voertuiggegevens.
10.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 22 oktober 2024, dossierpagina’s 119-121, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 13] :
Ik keek naar de digitaal opgeslagen gegevens die op 2 oktober 2024 veiliggesteld waren.
1: Zwarte IPhone 8
Beslagene: [verdachte] (
het hof begrijpt telkens: verdachte)
Ik zag op de tijdlijn van de locatie van deze onderzochte telefoon dat deze telefoon op 19 september 2024 vanaf 01.21:06 tot en met 01.21:36 op de locatie [adres 6] was. Dit is de locatie en het tijdstip van de diefstal van de witte Toyota Rav4.
Hierna bekeek ik de afbeeldingen op deze telefoon die op 19 september 2024 opgeslagen zijn. Ik zag dat er meerdere afbeeldingen op stonden van meerdere Toyota's. Deze telefoon is na de aanhouding van [verdachte] op 23 september in beslag genomen. De telefoon was op de locatie [adres 6] op de dag en omstreeks het tijdstip van het wegnemen van de Toyota Rav4.
11.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 24 september 2024, dossierpagina’s 199-201, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 14] :
Op dinsdag 24 september 2024 hoorde ik [medeverdachte 1] , geboren [geboortedag 2] 1996 te [geboorteplaats 4] . Ik zat hierdoor ongeveer 45 minuten op nog geen meter afstand van hem onder goed, door kunstlicht, verlichte omstandigheden. Aan mij werd gevraagd of ik de verdachten zou herkennen van de beelden en signalementen zoals beschreven in de
processen-verbaal 2024245979-5 (
het hof: telkens bewijsmiddel 3).
(…)
De verdachte [medeverdachte 1] is de verdachte zoals beschreven wordt onder NN3 in proces-verbaal van bevindingen 2024245979-5.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Het hof overweegt verder als volgt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 19 september 2024 te Breda 2 personen wegrijden in de gestolen Toyota. Op 23 september 2024 worden 3 verdachten, rijdend in een grijze Seat, gezien bij de Toyota - die inmiddels is voorzien van valse kentekenplaten - en verrichten verdachte handelingen aan en bij de Toyota. Vervolgens zijn de 3 verdachten nabij Weert aangehouden: verdachte [medeverdachte 1] als bestuurder van de Toyota, medeverdachte [medeverdachte 2] als bestuurder van de Seat en verdachte als bijrijder van de Seat. In de Seat en op de hotelkamer in Breda waar de verdachten verbleven, zijn goederen (en een handleiding) aangetroffen waarmee je een (auto)sleutel kunt uitlezen/kopiëren. In zowel de Seat als de hotelkamer is gelijksoortige dubbelzijdige tape aangetroffen die ook werd aangetroffen op de valse kentekenplaat van de gestolen Toyota. Uit onderzoek volgt dat de telefoon van verdachte op het moment van de wegnemingshandeling in de directe omgeving was van de locatie waar de Toyota werd gestolen. De drie verdachten zijn door verbalisanten herkend.
De verdachte noch zijn medeverdachten hebben met betrekking tot de diefstal van de auto willen verklaren. De verdachte heeft zich voornamelijk beroepen op zijn zwijgrecht. Het hof merkt hierover het volgende op.
In de arresten HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014: 3474, NJ 2015/390, HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718, NJ 2015/395 en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
Voorts kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen (vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL: HR:2016:1315 en ECLI:NL:HR:2016:1323).
Aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen kan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang (vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2880, NJ 2010/475). Voor het medeplegen van diefstal geldt hetzelfde.
Bij die beoordeling kan een rol spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor dat voorhanden hebben. De omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf – mede gelet op het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering – niet tot het bewijs bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van de aan hem tenlastegelegde feiten, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken (vgl. HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733, NJ 1997/584).
In het onderhavige geval kan met betrekking tot de toedracht van de diefstal worden vastgesteld dat deze door "verenigde personen" is begaan, maar kan niet direct worden vastgesteld door wie precies. Indien in een dergelijk geval de verdachte zelf kort na de diefstal wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij het strafbare feit duiden, kan sprake zijn van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke verklaring van de verdachte zoals hiervoor bedoeld, van belang is voor de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen. Ook is van belang dat het onderhavige geval zich mede kenmerkt door de omstandigheid dat de verdachte met anderen wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij de diefstal duiden, terwijl er geen contra-indicaties met betrekking tot het medeplegen door de verdachte bestaan. (vgl. HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1020 en HR 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3022)
Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen kan tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde rechtspraak van de Hoge Raad ten aanzien van de verdachte en zijn medeverdachten een gerechtvaardigd, doch weerlegbaar, bewijsvermoeden worden aangenomen dat het de verdachte is geweest die in nauwe en bewuste samenwerking met een of meer van de medeverdachten de auto van aangever heeft weggenomen. Tegenover dat bewijsvermoeden heeft de verdachte geen ontzenuwende verklaring ingebracht en er bestaan ook geen contra-indicaties om in dit geval het daderschap van de verdachte in de vorm van medeplegen aan te nemen. Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, het primair tenlastegelegde heeft gepleegd.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een autodiefstal in vereniging. Deze auto is door verdachte en zijn medeverdachten weggenomen door gebruik te maken van een valse sleutel. De verdachte en zijn mededaders hebben op een brutale manier het eigendomsrecht van de eigenaar geschonden en aan het slachtoffer financiële schade toegebracht. Bij de bepaling van de straf is rekening gehouden met de mate waarin een feit als het bewezenverklaarde in het algemeen schade teweeg brengt aan de eigenaar van het weggenomen goed dan wel diens verzekeraar, alsmede de mate van overlast en ergernis die door een dergelijk delict wordt veroorzaakt aan de gedupeerde.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 7 oktober 2025 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk voor een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit European Criminal Records Information System (ECRIS) Litouwen d.d. 31 oktober 2025 volgt dat de verdachte in Litouwen voorafgaand aan het bewezenverklaarde onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen voor vermogensdelicten. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten. Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof heeft bij de bepaling van de straf acht geslagen op de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als oriëntatiepunt voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Het oriëntatiepunt voor diefstal van een auto (in geparkeerde toestand door braak/verbreking) geeft bij recidive als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Hierbij is echter geen rekening gehouden met het door diverse samenwerkende personen plegen van de diefstal, hetgeen in onderhavige zaak aan de orde is.
Het hof is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en uit het oogpunt van vergelding, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Beslag
Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de hierna in de beslissing genoemde onder hem inbeslaggenomen voorwerpen, te weten twee telefoons. Het belang van strafvordering verzet zich daar niet tegen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK GSM (Omschrijving: Zwart, merk: Apple, PL2000-2024245979-G2774453)
1. STK GSM (Omschrijving: Zwart, merk: Apple, PL2000-2024245979-G2774464).
Aldus gewezen door:
mr. S.V. Pelsser, voorzitter,
mr. C.P.J. Scheele en mr. C.M.A. Ellens-Veenhof, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 12 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.M.A. Ellens-Veenhof is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.