ECLI:NL:GHSHE:2025:3543
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanslag inkomstenbelasting 2015
De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor 2015 op aan verzoeker, die hiertegen bezwaar maakte. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door de inspecteur stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verminderde. Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof.
Tegelijkertijd vroeg verzoeker een voorlopige voorziening aan om de aanslag en de invorderingsmaatregelen te schorsen. De voorzieningenrechter stelde vast dat het hoger beroep tegen de aanslag aanhangig was, waardoor aan de eis van connexiteit werd voldaan. Echter, de voorzieningenrechter oordeelde dat de aanslag niet evident onrechtmatig was opgelegd, mede omdat het hof het hoger beroep ongegrond verklaarde.
Voor het verzoek om schorsing van invorderingsmaatregelen ontbrak een lopend beroep tegen een invorderingszaak, waardoor dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanslag IB/PVV 2015 is afgewezen wegens het ontbreken van evidente onrechtmatigheid en niet-ontvankelijkheid voor invorderingsmaatregelen.