Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
štová, ECLI:EU:C:2016:855, punt 40). Ook anderszins heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de ter zake van de invoer geheven btw rechtstreeks is toe te rekenen aan andere activiteiten die wel recht geven op aftrek van btw. Zo heeft belanghebbende diverse sponsorcontracten afgesloten met internationale bedrijven, maar is het paard als zodanig niet ingezet voor reclamecampagnes van deze bedrijven, terwijl in de aan het hof overgelegde contracten ook geen voorwaarden zijn gesteld aan de inzet van het paard in dergelijke campagnes.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid in de kosten van het geding bij het hof van € 226,75.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).