Belanghebbende, een onderneming actief in de teelt van perkplanten en handel in bloemen en planten, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns wegens het voorhanden hebben van rode diesel in een vrachtwagen die door een werknemer werd bestuurd.
Op 18 mei 2020 werd de vrachtwagen staande gehouden en werden acht containers met rode diesel aangetroffen. De werknemer wilde aanvankelijk niet zeggen wie opdracht had gegeven voor het tanken van de rode diesel, maar noemde later het adres van belanghebbende als bestemming. Tijdens het verhoor schakelde belanghebbende direct een advocaat in.
Belanghebbende stelde dat zij niet betrokken was bij het voorhanden hebben van de rode diesel en dat de werknemer buiten werktijd handelde. Het hof oordeelde echter dat de feiten, waaronder het gebruik van een vrachtwagen van belanghebbende, het contact met de werkgever en het inschakelen van een advocaat, aannemelijk maken dat belanghebbende betrokken was.
De rechtbank en het hof verwierpen het beroep van belanghebbende en bevestigden de naheffingsaanslag. Schuld of opzet zijn niet vereist voor het opleggen van een naheffingsaanslag, en het hof achtte het niet aannemelijk dat de werknemer volledig buiten belanghebbende om handelde.