Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2.[geïntimeerde sub 2] ,woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/384283 / HA ZA 21-200)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaardingen in hoger beroep;
- de memorie van grieven, met producties 1 tot en met 7;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde sub 1] ;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde sub 2] ;
- de mondelinge behandeling, waarbij [appellant] en [geïntimeerde sub 1] spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
uit hoofde van de ouderlijke boedelverdelingna de wijziging van eis in hoger beroep wel bij het hof Arnhem-Leeuwarden aanhangig heeft gemaakt, maar dat daarop niet is beslist. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft hooguit een antwoord gegeven op de vraag of [geïntimeerde sub 1]
uit hoofde van de economische eigendomsoverdrachtis overbedeeld. Als aan deze beslissing al enige betekenis toekomt, dan staat deze niet in de weg aan het door [appellant] instellen van een vordering betreffende de overbedeling van [geïntimeerde sub 1] vanwege de ouderlijke boedelverdeling, zo stelt [appellant] . Het hof begrijpt uit deze stellingen dat [appellant] dezelfde vordering op basis van dezelfde feiten en dezelfde grondslag (dezelfde rechtsbetrekking) in deze procedure opnieuw aan de rechter heeft voorgelegd, om de reden dat daarop nog niet zou zijn beslist.