Uitspraak
14.Het vervolg van de procedure
- het tussenarrest van 30 april 2024;
- het deskundigenbericht van spraakvergelijkingsdeskundige [persoon A] van 23 juli 2024;
- de beslissing van 26 augustus 2024, waarbij het hof de schadeloosstelling en het loon van deskundige [persoon A] heeft begroot op € 4.641,56;
- het deskundigenbericht van handschriftdeskundige [persoon B] van 29 augustus 2024;
- de beslissing van 7 oktober 2024, waarbij het hof de schadeloosstelling en het loon van deskundige [persoon B] heeft vastgesteld op € 2.828,38;
- de door [opposant] genomen memorie na deskundigenberichten;
- de door [geopposeerde] genomen (antwoord)memorie na deskundigenberichten.
15.De verdere beoordeling
- bepaald dat een onderzoek door een handschriftdeskundige wordt verricht naar de in onderdeel 13.1.1 van het tussenarrest genoemde vragen, en [persoon B] tot deskundige benoemd ter beantwoording van die vragen;
- bepaald dat een onderzoek door een spraakvergelijkingsdeskundige wordt verricht naar de in onderdeel 13.2.1 van het tussenarrest genoemde vragen, en [persoon A] tot deskundige benoemd ter beantwoording van die vragen.
- haar ertoe te bewegen de door haar gestelde bedragen van in totaal € 50.000,-- aan [opposant] te overhandigen ten behoeve van door [opposant] in het vooruitzicht gestelde rendabele beleggingen;
- vervolgens het bedrag van € 50.000,-- niet aan [geopposeerde] te retourneren;
- ten onrechte te betwisten dat hij dat bedrag heeft ontvangen en ten onrechte te betwisten dat hij de daarop betrekking hebbende documenten heeft ondertekend.
- de vernietiging van het verstekvonnis van 17 februari 2021;
- de veroordeling van [opposant] om aan [geopposeerde] € 55.000,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2020;
- de veroordeling van [opposant] in de proceskosten van het geding bij de rechtbank en van de verstekprocedure in hoger beroep.
- Salaris advocaat € 7.745,50 (3,5 punten x tarief IV)
- Nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
16.De uitspraak
- de vernietiging van het verstekvonnis van 17 februari 2021;
- de veroordeling van [opposant] om aan [geopposeerde] € 55.000,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2020;
- de veroordeling van [opposant] in de proceskosten van het geding bij de rechtbank en van de verstekprocedure in hoger beroep;