Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10133821 \ CV EXPL 22-4612)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de op 19 september 2024 ter griffie binnengekomen producties 5 tot en met 8, die [geïntimeerde] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
Ik heb inmiddels kort overleg gehad met cliënte. Ik kan u reeds bevestigen dat het verzoek van uw cliënt om een brief afkomstig van cliënte met de inhoud zoals met u besproken, zal worden uitgevoerd. In goed vertrouwen zal dit in onderling overleg met uw cliënt worden afgewikkeld.”
Cliënt heeft mij gevraagd of het mogelijk is om een gesprek in persoon aan te gaan met [persoon A] en u. Hij zou u, maar ook [persoon A] graag een bloemetje willen geven als blijk van goede wil. Hij neemt [geïntimeerde] niets kwalijk. Ook [persoon A] wordt door cliënt niets kwalijk genomen. Zij deed immers ook maar haar werk.
Uit de testresultaten is niet evident duidelijk komen vast te staan dat jij je werkzaamheden onder invloed hebt willen uitvoeren.(…)
je ideeën mailt zodat gekeken kan worden wat we er mee kunnen doen. Je hoort hiervan.
tot mooie resultaten zal leiden. Ik wens je het allerbeste.
- [geïntimeerde] te veroordelen tot het betalen van een voorschot aan smartengeld van € 6.000,- dan wel een door het gerechtshof in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat de hoger beroep dagvaarding werd uitgebracht; tot de dag van algehele voldoening;
- met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.
Om de samenwerking tussen partijen weer op een positieve en constructieve wijze voort te kunnen zetten, gaat cliënte er uiteraard vanuit dat uw cliënt afziet van andere vorderingen waaronder een klacht bij de Autoriteit
Je bent bekend met het alcohol en drugs- en medicijnbeleid van [geïntimeerde] en je bent op basis van je arbeidsovereenkomst verplicht je hieraan te houden. Wat je in je vrije tijd doet mag jezelf weten als je er maar voor zorgt dat je tijdens je werk onder de in ons beleid gestelde waarden blijft. Als je dit namelijk niet doet kan je niet veilig werken, ben je voor ons niet inzetbaar en voldoe je daarmee niet aan de verplichtingen die voortvloeien uit je arbeidsovereenkomst.”
Ik heb inmiddels kort overleg gehad met cliënte. Ik kan u reeds bevestigen dat het verzoek van uw cliënt om een brief afkomstig van cliënte met de inhoud zoals met u besproken, zal worden uitgevoerd. In goed vertrouwen zal dit in onderling overleg met uw cliënt worden afgewikkeld.”
Uit de testresultaten is niet evident duidelijk komen vast te staan dat jij je werkzaamheden onder invloed hebt willen uitvoeren.(…)
niet evident duidelijk is komen vast te staan dat jij je werkzaamheden onder invloed hebt willen uitvoeren”en de bewoordingen “
tweede kans” onvoldoende tegemoet was gekomen. [geïntimeerde] had op dat moment als goed werkgever in elk geval richting [appellant] duidelijk moeten berichten dat de [geïntimeerde] fout zat, zowel met de waarschuwing uit 2018 als met het ontslag op staande voet. Door na te laten haar fout voldoende duidelijk te erkennen en de situatie als tweede kans te presenteren, heeft [geïntimeerde] niet als goed werkgever gehandeld.