Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
[appellant 1];
[appelant 2],
de Provincie,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/351948 / HA ZA 19-710)
3.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met eiswijziging en met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met eisvermeerdering en met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met productie;
- het H2-formulier waarbij mr. De Klerk zich onttrekt als advocaat van [appellant 1] en de daarbij behorende brief van mrs. De Klerk en mr. T. van Balen waarin zij berichten dat [appellant 1] bij vonnis van 29 augustus 2023 failliet is verklaard;
- de mondelinge behandeling op 1 november 2023, waarbij de advocaten van partijen spreekaantekeningen hebben voorgedragen en overgelegd.
4.De vaststaande feiten
is nodig voor aankoop van de voorraad en de initiële kosten zoals inrichting winkels. Door de veelzijdigheid van printers en soorten cartridges is het kapitaalbeslag van de voorraad erg hoog. (... )
- u voert de activiteiten uit overeenkomstig uw projectplan;
- u realiseert voor 31 december 2014 voor 52 SW-geïndiceerde mensen werk;
- u dient één keer per periode van twaalf maanden een tussentijds voortgangsverslag in waarin wordt aangegeven hoeveel tewerkgestelde mensen er zijn, onderverdeeld naar wel en niet SW-geïndiceerde mensen;
- u dient binnen dertien weken na de gehele aflossing van de geldlening een verzoek tot vaststelling in.
1. Het uitstaande bedrag van de geldlening inclusief verschuldigde rente kan tussentijds met
onmiddellijke ingang, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, worden opgeëist als:
2. [B.V. 2] is gehouden de Provincie direct in kennis te stellen indien één of meerdere
omstandigheden als genoemd in het vorige lid zich voordoen.”
loopt conform planning (maar één jaar opgeschoven)."
- In afwijking van het businessplan bedroeg de financiering door een externe bank geen € 500.000,00, maar € 250.000,00.
- Van het geld dat [B.V. 2] heeft ontvangen van de Provincie (€ 500.000,00) en van de bank (€ 250.000,00) heeft [B.V. 2] € 420.000,00 doorgeleend aan [B.V. 4] B.V., waarvan € 350.000,00 in 2013 en € 70.000,00 in januari 2014.
- In 2015 heeft de bank de verstrekte lening voortijdig teruggeëist na de ontdekking dat [B.V. 2] de lening niet heeft gebruikt als werkkapitaal maar aan een andere vennootschap had doorgeleend.
- In afwijking van het businessplan bedroeg de voorraadopbouw in 2013 geen
5.De procedure bij de rechtbank
6.De vorderingen in hoger beroep
7.De beoordeling in hoger beroep
‘ [B.V. 2] is het eerste product en bedrijf dat binnen dit gehele concept opgebouwd wordt. Vele andere webshops (of bedrijven) zullen nog volgen. Echterdit plan heeft de focus op [B.V. 2](…).’
- machines € 7.500,00;
- inventaris € 1.000,00;
- webshop € 0,00;
- voorraden € 10.000,00;
- debiteuren € 3.955,00;
- vordering op [B.V. 4] B.V. € 87.000,00;
- overlopende activa € 5.387,00;
- liquide middelen
- crediteuren € 22.888,00;
- lening Provincie € 500.000,00;
- rekening-courant € 86.000,00;
- rente provincie € 41.438,00;
- diverse kleine posten
- informatie verzamelen bij [appelant 2] ;
- het bestuderen van de grootboekadministraties over de jaren 2012 tot en met 2017, van het businessplan, van de waardering van activa in de jaarrekening 2016 en van transacties met verbonden partijen;
- het opstellen van een recapitulatie van bevindingen;
- het voorleggen van die bevindingen aan [appelant 2] , het verwerken van zijn opmerkingen daarop en het aanvragen van aanvullende informatie;
- het opstellen van een concept rapportage (een beschrijving van de bevindingen);
- het bespreken van deze concept rapportage met de Provincie en haar advocaat;
- het voorleggen van de rapportage aan [appelant 2] en de verwerking van de uitkomsten hiervan in de definitieve rapportage.
8.Slotsom
€ 4.425,00(2,5 punten x tarief V)
€ 178,00(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)
€ 178,00(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)