Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,
[beschermingsbewindvoerder],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- appellante, bijgestaan door mr. Teerling;
- de beschermingsbewindvoerder en
- de bewindvoerder.
- het proces-verbaal van de rechtbank Limburg van de zitting van 5 oktober 2023, ter zake het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei en
- de met V6-formulier ingediende aanvullende producties (nr. 5 t/m 8) namens appellanten, ingekomen ter griffie van dit hof op 20 november 2023.
3.De beoordeling
alleverplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling. Als blijkt dat appellante deze verplichtingen niet nakomt, dan moet alsnog opnieuw geoordeeld worden over een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenaamde schone lei. Of de schuldsanering ten aanzien van appellante moet worden beëindigd met of zonder schone lei, is allereerst ter beoordeling van de rechtbank die daarover moet beslissen. De rechtbank (c.q. de rechter-commissaris in het kader van zijn adviesrol) zal dan moeten beoordelen of appellante de hiervoor bedoelde verplichtingen volledig, althans in voldoende mate, is nagekomen.