Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
) hebben in eerste instantie persoonlijk plaatsgevonden en daarna via digitale weg wegens de lockdown.”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant is in eerste aanleg toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Limburg heeft bij vonnis van 2 augustus 2023 de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro, omdat appellant zijn verplichtingen, met name de sollicitatie- en informatieplicht, niet naar behoren nakwam.
Appellant is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan en heeft aangevoerd dat zijn tekortkomingen vooral voortvloeien uit onkunde, psychische problemen en omstandigheden zoals een ernstig ongeval en de ziekte van zijn broer. Hij stelt dat hij inmiddels een baan heeft en ondersteuning krijgt bij communicatie en letselschade.
Het hof heeft de stukken en de mondelinge behandeling bestudeerd en oordeelt dat appellant structureel tekort is geschoten in zijn kernverplichtingen. Zijn verklaringen over onkunde en communicatieproblemen worden niet geloofwaardig geacht, mede gelet op eerdere contacten en vaststellingen. Ook het gebrek aan spontane informatieverstrekking wordt als ernstig aangemerkt.
Het hof concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de schuldsaneringsregeling tussentijds moet worden beëindigd. Tevens bepaalt het hof dat appellant bij kracht van gewijsde van dit arrest in staat van faillissement verkeert, gezien het positieve boedelsaldo. De zaak wordt terugverwezen voor benoeming van een rechter-commissaris en curator.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en verklaart appellant in staat van faillissement.