Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 9902218 en rolnummer 22-3288)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 10 oktober 2022;
- de door [appellante] op 7 februari 2023 genomen memorie van grieven;
- de door Goed Wonen op 21 maart 2023 genomen memorie van antwoord met producties 7 tot en met 13;
- de door [appellante] op 2 mei 2023 genomen akte;
- de door Goed Wonen op 2 mei 2023 genomen akte met producties 14 tot en met 17;
- de door [appellante] op 30 mei 2023 genomen antwoordakte;
- de door Goed Wonen op 30 mei 2023 genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- Bij huurovereenkomst van 31 mei 2018 heeft Goed Wonen de woning aan [adres] te [plaats] met ingang van 1 juni 2018 verhuurd aan [appellante] .
- Volgens de huurovereenkomst moet de maandelijkse huurprijs vóór de eerste dag van elke maand worden voldaan.
- [appellante] heeft een huurachterstand laten ontstaan.
- Ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding (19 mei 2022) bedroeg de verschuldigde huurprijs (volgens punt 1 van de inleidende dagvaarding en rov 2.3 van het beroepen vonnis) € 603,03 per maand.
- ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van [appellante] tot ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van € 2.107,70 aan achterstallige huur over de periode tot en met mei 2022, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de dagvaarding, zijnde 19 mei 2022;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van (€ 41,91 te vermeerderen met 21% btw is) € 50,71 inclusief btw ter zake buitengerechtelijke kosten;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van € 603,03 voor iedere maand die van 1 juni 2022 zal verstrijken tot aan de dag van de ontruiming;
- Volgens het door Goed Wonen voorafgaand aan de mondelinge behandeling toegezonden overzicht bedraagt de huurachterstand over de periode tot en met augustus 2022 € 4.208,83. [appellante] heeft dat niet betwist. Daarom is aan zuivere huurachterstand tot en met augustus 2022 € 4.208,32 toewijsbaar (rov. 4.1).
- De huurachterstand is na het uitbrengen van de inleidende dagvaarding opgelopen en bedroeg ten tijde van de mondelinge behandeling van 17 augustus 2022 bijna zeven maanden. Een huurachterstand van deze omvang levert een tekortkoming op die zodanig is dat de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van het gehuurde toewijsbaar zijn. De gevorderde gebruiksvergoeding tot aan de ontruiming is ook toewijsbaar (rov. 4.3).
- Het ter zake buitengerechtelijke kosten gevorderde bedrag van € 50,71 is ook toewijsbaar (rov. 4.5).
- de huurovereenkomst ontbonden;
- [appellante] veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde;
- [appellante] veroordeeld tot betaling van € 4.259,54 (hof: € 4.208,83 aan achterstallige huur over de periode tot en met augustus 2022 en € 50,71 aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met de wettelijke rente over de ten tijde van de inleidende dagvaarding opeisbare huurachterstand van € 2.071,70 vanaf 30 mei 2022;
- [appellante] veroordeeld tot betaling van € 603,03 per maand ter zake de huurpenningen die zullen vervallen over de periode na (1) augustus 2022 tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst (hof: 15 september 2022, de datum van het beroepen vonnis);
- [appellante] veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 603,03 per maand (of zoveel hoger als bij wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten) voor elke maand dat [appellante] het gehuurde na de ontbinding van de huurovereenkomst in gebruik houdt.
- Goed Wonen heeft het vonnis aan [appellante] laten betekenen en ontruiming van de woning aangezegd tegen 29 november 2022.
- Namens [appellante] is op 4 november 2022 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Daarbij is namens [appellante] tevens op grond van artikel 287b Fw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (een moratorium als bedoeld in artikel 305 Fw Pro) ingediend.
- Bij vonnis van 22 november 2022 heeft de rechtbank het moratoriumverzoek van [appellante] toegewezen en (samengevat) de tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis opgeschort voor de duur van 6 maanden (tot en met 21 mei 2023), onder de voorwaarde dat [appellante] de lopende huurtermijnen steeds tijdig en volledig voldoet.
- Ten tijde van de laatste proceshandeling in dit hoger beroep (30 mei 2023) liep het schuldhulpverleningstraject van [appellante] nog en had [appellante] de lopende huurtermijnen steeds tijdig en volledig voldaan.
- Naar het hof begrijpt, is de veroordeling tot ontruiming van de woning nog niet tenuitvoergelegd.
- Volgens de inleidende dagvaarding bedroeg de huurachterstand over de periode tot en met mei 2022 € 2.107,70.
- De verschuldigde huur over de maanden juni, juli en augustus 2022 bedroeg € 630,05 per maand.
- De huurachterstand over de periode tot en met augustus 2022 kan dus in elk geval niet meer hebben bedragen dan (€ 2.107,70 + € 630,05 + € 630,05 + € 630,05 =) € 3.997,85;
- de kantonrechter heeft ter zake de huurachterstand over de periode tot en met augustus 2022 dus een te hoog bedrag toegewezen.
- De kantonrechter heeft zijn oordeel dat de tekortkoming in de nakoming van de betalingsverplichtingen de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, uitsluitend gebaseerd op de hoogte van de huurachterstand. Bij de beoordeling of de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, moeten echter alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. Op grond van artikel 2 van Pro het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Bgs) had Goed Wonen, toen [appellante] een huurachterstand liet ontstaan, [appellante] moeten aanmelden bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Als Goed Wonen dat gedaan had, zou de huurachterstand vanaf dat moment niet verder zijn opgelopen. Dit blijkt uit het feit dat, nu [appellante] inmiddels is aangemeld bij de schuldhulpverlening, de lopende huurtermijnen steeds tijdig en volledig worden voldaan.
- Daar komt bij dat Goed Wonen onvoldoende belang heeft bij ontbinding en ontruiming, aangezien de lopende huurtermijnen nu al geruime tijd tijdig en volledig worden voldaan. De belangen van [appellante] bij behoud van de woonruimte zijn daarentegen groot, onder meer omdat een ontruiming voor [appellante] grote kosten meebrengt en zij, als zij dakloos wordt, niet in staat zal zijn met haar schuldeisers een regeling te treffen.
- Om bovenstaande redenen had de kantonrechter de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en de vordering tot ontruiming moeten afwijzen.
4.De uitspraak
- wijst de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst, tot veroordeling van [appellante] tot ontruiming van het gehuurde en tot veroordeling van [appellante] tot betaling van een gebruiksvergoeding af;
- veroordeelt [appellante] tot betaling aan Goed Wonen van € 3.983,83 aan achterstallige huur over de periode tot en met augustus 2022, vermeerderd met de wettelijke rente over de ten tijde van de inleidende dagvaarding opeisbare huurachterstand van € 2.071,70 vanaf 30 mei 2022;
- veroordeelt [appellante] tot betaling aan Goed Wonen van € 50,71 ter zake buitengerechtelijke kosten;
- compenseert de proceskosten van het geding bij de kantonrechter tussen partijen, aldus dat elke partij de eigen kosten moet dragen;