Appellante was toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) sinds 26 mei 2020. De bewindvoerder verzocht in mei 2023 de regeling te beëindigen zonder verlening van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van de informatie- en sollicitatieplicht. De rechtbank Limburg beëindigde daarop de WSNP en verklaarde appellante in staat van faillissement.
Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat haar psychische klachten, waaronder depressie en PTSS, de oorzaak waren van haar tekortkomingen. Zij volgde EMDR-therapie en informeerde de bewindvoerder inmiddels beter. De bewindvoerder bevestigde dat de informatievoorziening verbeterd was, maar handhaafde het verzoek tot beëindiging vanwege eerdere tekortkomingen.
Het hof oordeelde dat appellante inderdaad toerekenbaar tekort was geschoten, met name door onvoldoende informatieverstrekking over haar ziekte en het niet naleven van de sollicitatieplicht vanaf augustus 2022. Echter, gelet op haar mentale gezondheid, therapie en verbeterde situatie achtte het hof verlenging van de WSNP met twee jaar passend. De verlenging geeft appellante de kans haar verplichtingen alsnog na te komen en mogelijk alsnog een schone lei te verkrijgen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verlengde de WSNP tot 28 juli 2025 en bepaalde dat alle verplichtingen tijdens deze periode onverminderd doorlopen. Hiermee wordt appellante in de gelegenheid gesteld haar schuldsanering succesvol af te ronden.