Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep na cassatie en verwijzing
Inleiding
Er geen sluitend aflever bewijs of track and trace overlegd kan worden door webwinkel;
Call2Collect dan de btw kan terugvragen over afgeschreven vorderingen. (…)
btw aan jullie overdragen!”
“de in eigendom aan Gevolmachtigde overgedragen vorderingen van Volmachtgever op debiteuren (…) die niet inbaar blijken te zijn, voor eigen rekening en met uitsluiting van de bevoegdheden van debiteur en / of Volmachtgever, teruggave van BTW te vorderen en te innen bij de eenheid van de belastingdienst die bevoegd is ten aanzien van debiteuren. (…)”
ontvangen mededeling van een webshop dat zij afzien van toepassing van het kasstelsel zoals verwoord in het tweede lid van artikel 26 van Pro de uitvoeringsregeling omzetbelasting betekenis toekomt voor eerdere tijdvakken.
Afterpay […] will provide C2C with all needed and available information to succesfully collect the transferred invoices’.Uit deze bepaling volgt dat Afterpay dan wel de webshop aan C2C alle noodzakelijke en beschikbare informatie zal verstrekken die nodig is om de vorderingen met succes te incasseren. Tussen partijen staat vast dat C2C in de gevallen dat een consument de vordering niet vrijwillig betaalt en zij tot een gerechtelijke procedure moet overgaan, voor een toewijzend vonnis dient te beschikken over een afleverbewijs indien (i) de consument betwist het product te hebben ontvangen dan wel (ii) de hoofdbewoner op een adres wordt aangesproken in het geval de consument blijkens een uittreksel uit de basisadministratie niet op het adres bekend was. In die gevallen behoort een afleverbewijs dus tot de noodzakelijke bescheiden om de vorderingen met succes te incasseren. Op grond van de overeenkomst moet deze door Afterpay worden verstrekt indien zij deze beschikbaar had.
webwinkelmoet worden verstrekt respectievelijk door C2C bij de
webwinkelkan worden opgevraagd, brengt niet mee dat op Afterpay niet langer de verplichting lag om de bedoelde bewijzen te verstrekken. De bepalingen in het werkdocument op dit punt beschrijven slechts de werkwijze die gevolgd kan worden in de gevallen dat C2C de afleverbewijzen nodig heeft en deze dus aan haar verstrekt moeten worden. Uit hetgeen aldus in het werkdocument is opgenomen blijkt niet dat partijen beoogd hebben (en in de verhouding met de webwinkels geregeld hebben) om op dit punt de verplichting van Afterpay over te dragen op de webwinkels.
kanbetalen voor rekening van de cessionaris komt en niet het risico dat de consument niet
hoeftte betalen omdat de vordering niet (meer) bestaat. Door Afterpay is erkend dat het gedurende de periode van samenwerking daadwerkelijk is voorgekomen dat in gevallen dat door de webwinkel geen afleverbewijs kon worden verstrekt, de vordering op verzoek van Afterpay door de webwinkel werd afgeboekt, waarna ook de betaling van de koopprijs voor de vordering door C2C ongedaan werd gemaakt. Het hof gaat er op grond van hetgeen aldus tussen partijen is komen vast te staan vanuit dat het risico dat een vordering wegens het ontbreken van een afleverbewijs niet kon worden geïnd, gezien de inhoud van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding, in beginsel niet voor rekening kwam van C2C, maar van Afterpay.