Belanghebbende, een schadeverzekeraar, besloot eind 2015 een jubileumuitkering van €65 per verzekerde in 2016 te doen. De vraag was of deze uitkering in 2015 als buitengewone last kon worden afgetrokken. Het hof oordeelt dat er eind 2015 geen juridische verplichting bestond jegens verzekerden, noch dat een voorziening of transitoire winstuitstelpost gevormd mocht worden.
De uitkering werd pas in 2016 aan verzekerden toegekend en was niet gekoppeld aan de situatie eind 2015. Er was geen verbintenisrechtelijke grondslag voor een verplichting en de premieontvangsten tot en met 2015 betroffen reguliere verzekeringsdiensten zonder onzekerheden die winstuitstel rechtvaardigen.
Belanghebbende betoogde ook dat de belastingrentebeschikking vanwege traagheid van de Belastingdienst gematigd moest worden, maar het hof vond geen sprake van onzorgvuldig handelen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.