Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6861384 \ CV EXPL 18-3274)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep;
- de akte in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van [appellante] .
3.De beoordeling
per 1 januari 2018 in verband met zelfstandigheid [persoon A]”, (ii) [persoon A] in de door [geïntimeerden] overgelegde brief van 29 november 2017 van [persoon A] aan [[S]] B.V. t.a.v. [persoon B] schrijft dat hij zijn dienstverband wil beëindigen per 1 januari 2018, en (iii) dat dit in lijn is met de getuigenverklaringen van [persoon B] en [persoon C] (destijds controller [[S]] B.V.). [persoon B] en [persoon C] hebben onder meer het volgende verklaard:
[persoon A] heeft destijds zelf aangegeven dat hij als zelfstandige verder wilde gaan. Hij had voorheen, voordat hij bij ons in dienst kwam, ook al als zelfstandige gewerkt. Hij heeft eerst mondeling bij mij te kennen gegeven dat hij als zzp-er aan de slag wilde, daarna heeft hij dit schriftelijk bevestigd. Dat is de brief van 29 november 2017.(…) De opzeggingsbrief van 29 november 2017 heeft [persoon A] bij mij afgegeven. Hij was toen nog dagelijks bij ons aan het werk. Dit is dus niet per post gegaan.”
Het einde van het dienstverband heeft [persoon A] zelf in gang gezet. Hij wilde als zelfstandige verder. Dat was al in oktober 2017 bekend. (…) [persoon A] had in oktober 2017 al gezegd dat hij uit dienst wilde gaan, waarschijnlijk heeft hij dit ook schriftelijk bevestigd, maar dat weet ik niet.”
Onderstaand stuur ik je de gespreksnotitie van het gesprek van deze middag. Besloten is dat jij, vanwege het vervalsen van onze werkgeversverklaring, per direct op non-actief wordt gesteld.”
Gespreksverslag non-actief stellen [persoon A]”. De strekking van dit verslag is dat [persoon B] heeft vastgesteld dat hij de werkgeversverklaring die hij op 1 november 2017 heeft ontvangen, heeft aangepast en dat hij daarom op non-actief wordt gesteld.
Zoals eerder overeengekomen zal het arbeidscontract per 31 december 2017 worden beëindigd.” en “
[persoon B]) geeft aan dat hij het beste voor had met [persoon A] : ook omdat vanochtend een tweede kans is beloofd.” volgt dat op 20 december 2017 de stand van zaken was dat de arbeidsovereenkomst in stand was en zou blijven en, ondanks de gang van zaken rondom de werkgeversverklaring, zou worden voortgezet en in het gesprek besloten is de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Ook hierin volgt het hof [appellante] niet. [persoon B] heeft hierover verklaard dat met de eerste zinsnede is bedoeld dat zij accepteerden dat [persoon A] uit dienst zou gaan en dat hij niet weet wat er is bedoeld met “de tweede kans”. [persoon A] heeft verklaard dat hij zich het einde van het dienstverband en of dat in onderling overleg is gegaan niet meer kan herinneren en dat “de tweede kans” hem niks zegt. Gezien de verklaringen van [persoon B] en [persoon A] kan aan de betreffende zinsneden niet de conclusie worden verbonden dat [persoon A] het dienstverband niet al eerder had beëindigd en dat met “de tweede kans” was bedoeld dat het dienstverband zou worden voortgezet.
omdat hij toch al uit dienst zou gaan en wij niet precies wisten wat de consequenties zouden zijn, ook voor de WW rechten.” Anders dan [appellante] stelt, volgt hieruit niet dat het dienstverband niet al eerder was beëindigd, omdat [persoon A] in dat geval sowieso geen recht op WW zou hebben. De kern van de verklaring van [persoon C] is nu juist dat zij niet wisten wat de consequenties van ontslag op staande voet zouden zijn. Hieruit kan, mede in het licht van hetgeen hiervoor in rov. 3.8.3. en 3.8.4. is overwogen, in ieder geval niet worden afgeleid dat [persoon C] (en [persoon B] ) ervan uitgingen dat [persoon A] recht op WW had omdat zijn dienstverband nog niet was beëindigd.