Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[werkgever ]
2.[verzekeraar] ,
5.Het verdere geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 30 maart 2021;
- de bij H-12 formulier van 4 mei 2021 door [werknemer] toegezonden producties, die [werknemer] bij de mondelinge behandeling na aanbrengen in het geding heeft gebracht;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen van 27 mei 2021;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties van [werkgever ] ;
- de memorie van antwoord met producties van [verzekeraar] ;
- de akte met producties van [werknemer] ;
- de antwoordakte van [werkgever ] ;
- de antwoordakte van [verzekeraar] .
6.De beoordeling
- Duizeligheidsklachten, meest passend bij orthostatische hypotensie.”
“(...) Al met al is dit cognitieve profiel, alsmede het geobjectiveerde beloop er van in de tijd, mogelijk passend bij een milde vorm van Chronische Toxische Encefalopathie (CTE), waarbij de blootstelling is gestaakt. ( . .) Ter monitoring van het verloop adviseren we het onderzoek over 5 jaar te herhalen. (...)”··
(…) In 2015 werd de diagnose CTE definitief gesteld. (...) [werknemer] verrichtte zelf geen spuitwerkzaamheden maar werkte door bovenbeschreven omstandigheden structureel in een werkomgeving vergeven van thinnerdampen. (...)”
Concluderend toont het huidige neuropsychologisch onderzoek zeer lichte beperkingen betreffende de snelheid van informatieverwerking en de volgehouden aandacht. Voorts worden matige scores gezien wat betreft enkele taken op het gebied van het geheugen en het reactievermogen.
“De gemiddelde concentratie oplosmiddelendampen (zgn. gesommeerde blootstellingsindex) in de ademzone van [werknemer] in de periode 1984-2010 bedraagt naar schatting circa 0,18 ofwel 18 %. Bij blootstelling aan dampen van meerdere oplosmiddelen moet deze gesommeerde blootstellingsindex kleiner zijn dan 1, ofwel onder de 100% liggen.