In deze civiele zaak vordert Woonstichting Joost de ontbinding van de huurovereenkomst met [onderbewindgestelde 1] vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij in de huurwoning. De politie trof op 29 januari 2020 een professioneel ingerichte hennepkwekerij aan, inclusief illegale stroomaftap, wat leidde tot een strafrechtelijke veroordeling van [onderbewindgestelde 1].
De kantonrechter wees de vorderingen van Woonstichting Joost toe, waarbij werd geoordeeld dat het kweken van hennep geen tekortkoming van geringe betekenis is en dat het belang van de verhuurder bij ontbinding zwaarder weegt dan het belang van de huurder en zijn gezin. In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel, ondanks de persoonlijke en gezinssituatie van [onderbewindgestelde 1], waaronder de aanwezigheid van licht verstandelijk beperkte gezinsleden en de noodzaak van hulpverlening.
Het hof benadrukt het zero tolerance beleid van Woonstichting Joost tegen hennepkwekerijen vanwege de risico's op brand, overlast en criminaliteit. Hoewel het verlies van de woning ernstige gevolgen heeft voor het gezin, acht het hof de tekortkoming te ernstig om ontbinding te weigeren. De grieven van [onderbewindgestelde 1], waaronder de coronapandemie en zijn vermeende verstandelijke beperking, worden verworpen. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en de bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.