Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/342712 / HA ZA 19-94)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties
- de memorie van antwoord met producties.
3. De beoordeling
1. Gemeenschap van goederen
€ 30.000,00), in verband met de meer-investering door de vrouw in de aan partijen toebehorende woning, gelegen aan de [adres] te [postcode] [plaats] (…) zonder vergoeding van rente, opeisbaar bij:
conventie, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en met compensatie van de proceskosten, voor zover in hoger beroep van belang, de man te veroordelen om:
- binnen veertien dagen na overdracht van de voormalige echtelijke woning aan de kopers, aan haar een bedrag te voldoen van € 30.000,--, te verhogen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 januari 2019, althans vanaf een door de rechtbank vast te stellen datum, tot aan de dag van de algehele voldoening;
- binnen veertien dagen na de betekening van het door de rechtbank te wijzen vonnis aan haar een bedrag te voldoen van (50 x € 219,42=) € 13.165,20, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag, vanwege de door de man te leveren bijdrage in de door haar betaalde hypotheektermijnen in de periode tussen 1 februari 2014 en 1 februari 2019, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de18 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening.
reconventieheeft hij, voor zover in hoger beroep van belang, gevorderd om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
manheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Hij heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen voor zover daartegen grieven zijn gericht en, opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:
- de (helft van de) netto hypotheekrente (grief I);
- verjaring van de vordering vanwege de meer-investering door de vrouw (grief II).
vrouwheeft de grieven weersproken. Zij heeft geconcludeerd tot:
rechtbankheeft in rov. 4.15. van vonnis van 22 januari 2020 overwogen:
man. Hij licht zijn grief als volgt toe.
- bij de vaststelling van de kinderalimentatie hebben partijen rekening gehouden met zijn aflossing op twee huwelijkse schulden van in totaal € 275,-- per maand. Vanaf 1 oktober 2016 heeft hij € 325,-- aan de vrouw voldaan (€ 275,-- aflossing schulden en € 50,-- kinderalimentatie (prod. 2 bij mvg));
- daarnaast heeft hij vanaf oktober 2016 nog meer maandelijkse betalingen aan de vrouw voldaan die, voor zover deze geen andere duidelijke bestemming hadden, moeten worden beschouwd als bijdragen in de betaling van de hypotheekrente. Het gaat om de volgende extra bijdragen (prod. 2 bij mvg):
vrouwheeft de grief weersproken. Volgens haar treft de grief om de volgende redenen geen doel.
hofoverweegt als volgt.
rechtbankheeft in rov. 4.11. en 4.12. van het vonnis van 22 januari 2020 het volgende overwogen:
manlicht zijn grief als volgt toe.
vrouwheeft de grief weersproken. Volgens haar moet de grief om de volgende redenen worden afgewezen.
hofoverweegt als volgt.