Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland,
[geïntimeerde 4],
[geïntimeerde 5],
[geïntimeerde 6],
[geïntimeerde 7],
[geïntimeerde 8],
[geïntimeerde 9],
[geïntimeerde 10],
[geïntimeerde 11],
[geïntimeerde 12],
[geïntimeerde 13],
[geïntimeerde 14],
[geïntimeerde 15],
[geïntimeerde 16],
[geïntimeerde 17],
[geïntimeerde 18],
[geïntimeerde 19],
[geïntimeerde 20],
[geïntimeerde 21],
[geïntimeerde 22],
[geïntimeerde 23],
[geïntimeerde 24],
[geïntimeerde 25],
[geïntimeerde 26],
[geïntimeerde 27],
[geïntimeerde 28],
[geïntimeerde 29],
[geïntimeerde 30] ,
[geïntimeerde 31],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6221050 \ CV EXPL 17-5784)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het op 26 november 2019 gehouden pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
FNV toonde zich alleen bereid tot een minnelijke regeling te komen voor de zogenoemde eisers[hof: bedoeld is de groep van 18]
en voor de bij [de vennootschap] werkzame FNV-leden. Hoewel de voorkeur van [de vennootschap] uitging naar overleg dat betrekking had op alle medewerkers, was [de vennootschap] wel bereid met FNV te praten over een minnelijke regeling die uitsluitend betrekking had op de leden. Echter, FNV stelde al direct dat ze vasthield aan 0% werknemersbijdrage voor de leden, voor zowel het verleden als de toekomst. Volgens [de vennootschap] hoort bij een minnelijke oplossing dat alle betrokken partijen concessies doen, dus óók de leden. Nu werd er door FNV een onderscheid gemaakt tussen medewerkers die wel en geen lid zijn van FNV. Kortom, er werd alleen een concessie gedaan die de niet-leden raakte. Een uitgangspunt dat voor [de vennootschap] onacceptabel is, ook omdat zich onder de leden medewerkers bevinden die begin 2014 hebben ingestemd met de nieuwe pensioenregeling en daardoor in een vergelijkbare positie verkeren als de overige medewerknemers maar niet-leden.
dwingt het huidige vonnis van de kantonrechter [de vennootschap] ertoe de eigen bijdrage pensioenpremie vanaf 1-1-2014 te corrigeren naar 0%. (…) In tegenstelling tot onze berichtgeving van 9 juni jl., zal bij alle medewerkers die in dienst zijn getreden voor 1-1-2009 de correctie word[en] doorgevoerd en dus niet alleen bij de eisers[hof: bedoeld is de groep van 18]
. (…)
“Ten onrechte heeft de rechtbank uitsluitend gekeken naar het aspect van de formele gebondenheid van de werknemers aan de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, en niet ook naar de feitelijke weerlegging hiervan gezien de aard van deze uitspraak, als bedoeld in het vijfde lid van artikel 3:305a BW. → zie r.o. 4.1 tot en met 4.8 (in het bijzonder is deze grief gericht tegen r.o. 4.6).”.
Het hof is van oordeel dat de grief faalt en overweegt daartoe het volgende.
tenzij de aard van de uitspraak meebrengt dat de werking niet slechts ten opzichte van deze persoon kan worden uitgesloten.
“Ten onrechte heeft de rechtbank geen aandacht besteed aan de stelling van [de vennootschap] dat de overeenstemming tussen de directie en de ondernemingsraad van [de vennootschap] over de per 1 januari 2017 gewijzigde Algemene Arbeidsvoorwaarden een tweezijdige wijziging van de afspraak tussen [de vennootschap] en de individuele werknemers betreft over invoering van een bijdrage in de pensioenpremie.”.
“Ten onrechte heeft de rechtbank afgewezen dat de werknemers welbewust hebben ingestemd met de wijziging → zie r.o. 4.9 tot en met 4.27 (in het bijzonder is deze grief gericht tegen r.o. 4.19, 4.20, 4.23, 4.26 en 4.27).”.
“Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat van de werknemers in redelijkheid niet kan worden gevergd de gewijzigde werknemersbijdrage in het pensioen te aanvaarden. → zie r.o. 4.28 tot en met 4.36 (in het bijzonder is deze grief gericht tegen r.o. 4.35 en 4.36).”