Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
Het hof is van oordeel dat de genoemde stukken van beide zijden kunnen worden meegenomen omdat partijen daarop over en weer voldoende hebben kunnen reageren.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen waren geregistreerd partners en ouders van een minderjarig kind. Na ontbinding van het partnerschap werd de man verplicht kinderalimentatie te betalen. Na de geboorte van een tweede kind van de man met een nieuwe partner, wijzigden de omstandigheden. De man verzocht om nihilstelling van de kinderalimentatie voor het eerste kind. De rechtbank stelde dit bij beschikking van 28 februari 2019 vast, maar de vrouw ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat het recht op hoor en wederhoor niet was geschonden door de rechtbank, mede vanwege de herstelfunctie van het hoger beroep. De wijziging van omstandigheden was onbetwist, en de kinderalimentatie moest opnieuw worden beoordeeld. De ingangsdatum werd vastgesteld op 22 oktober 2018, de datum van het verzoek van de man.
De behoefte van het eerste kind werd vastgesteld op circa €639,45 per maand in 2018, oplopend door indexering. De zorgkorting werd voor de periode tot 1 januari 2020 op 0% gesteld vanwege het ontbreken van contact, en daarna op 15%. De behoefte van het tweede kind werd vastgesteld op €647,08 per maand, inclusief kinderopvangkosten.
De draagkracht van de vrouw en man werd berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen, waarbij ook de draagkracht van de nieuwe partner van de man werd betrokken. De man werd geacht een maandelijkse bijdrage te kunnen leveren van €182 vanaf 18 oktober 2018, oplopend tot €189 vanaf 1 januari 2020. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Het hof vernietigde de beschikking van 28 februari 2019 en wijzigde de beschikking van 20 maart 2018 uitsluitend voor de kinderalimentatie van het eerste kind, waarbij de man de genoemde bedragen aan de vrouw dient te betalen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie en bepaalt dat de man vanaf 18 oktober 2018 een bijdrage van €182 per maand moet betalen, oplopend tot €189 per maand vanaf 1 januari 2020.