Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 439,60
€ 459,70
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van de vrouw tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de kinderalimentatie voor hun minderjarige kind na ontbinding van het huwelijk in 2013.
De vrouw betwistte de draagkrachtberekening van de man en de zorgkorting, en verzocht om afwijzing van het verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie of een hoger bedrag. De man verzocht om bevestiging van de verlaging tot €291 per maand.
Het hof stelde vast dat sprake was van gewijzigde omstandigheden en bevestigde de ingangsdatum van 9 maart 2017 voor de wijziging. Het beoordeelde de draagkracht van beide partijen aan de hand van netto besteedbaar inkomen en forfaitaire woonlasten, waarbij de woonlasten van de man forfaitair werden vastgesteld ondanks samenwoning met zijn partner.
De zorgkorting werd vastgesteld op 25% vanwege gemiddeld twee dagen zorg per week bij de man. De kinderalimentatie werd berekend op €264,60 per maand vanaf 9 maart 2017 en €282,07 vanaf 1 augustus 2018. Het hof wees het verzoek van de man tot een hogere alimentatie af wegens het late tijdstip en bevestigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het meer of anders verzochte af, waarbij de kinderalimentatie wordt vastgesteld op het reeds bepaalde bedrag.