ECLI:NL:GHSHE:2020:65
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen belastingaanslagen ondanks detentie belanghebbende
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen en boetes inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zorgverzekeringswet over meerdere jaren. Deze aanslagen en beschikkingen werden aan zijn woonadres verzonden, terwijl hij sinds november 2015 gedetineerd was. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de aanslagen correct waren verzonden naar het juiste woonadres volgens het systeem van de Belastingdienst. Belanghebbende had onvoldoende maatregelen getroffen om zijn post tijdens detentie te laten verzorgen. De enkele ontkenning van ontvangst was onvoldoende om de ontvangst te betwijfelen.
Belanghebbende stelde dat de aanslagen naar de penitentiaire inrichting hadden moeten worden gestuurd en dat hij niet in verzuim was. Het Hof verwierp dit en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Het verzoek om aanhouding van de procedure werd afgewezen omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om te reageren op nadere stukken.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet verplicht was om een verweerschrift in te dienen en dat de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht correct was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.