ECLI:NL:GHSHE:2020:408
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terug te komen op bindende eindbeslissing over onredelijk bezwarend beding erfpachtcanon
In deze civiele procedure tussen de Staat der Nederlanden en de Watersportvereniging staat de vraag centraal of artikel 3 van Pro de Algemene Voorwaarden 1993 (AV 1993) een onredelijk bezwarend beding bevat met betrekking tot de herziening van de erfpachtcanon.
De Watersportvereniging verzocht het hof terug te komen op een eerder tussenarrest waarin werd geoordeeld dat artikel 3 AV Pro 1993 niet onredelijk bezwarend is. Zij stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een brief van de Staat waarin een nieuwe canonherziening werd aangekondigd, aanleiding zouden moeten zijn tot heroverweging.
Het hof oordeelde dat het verzoek ongegrond is omdat het eerdere arrest een bindende eindbeslissing vormt en de nieuwe feiten geen nieuwe omstandigheid zijn die heroverweging rechtvaardigen. Het hof bevestigde dat artikel 3 AV Pro 1993 geen eenzijdige wijzigingsbevoegdheid van de Staat inhoudt en dat de bepaling evenwichtig en redelijk is.
De zaak wordt verwezen naar de rol in afwachting van het deskundigenrapport over de canon, waarbij het hof partijen aanraadt om in onderling overleg de deskundigen ook te laten rapporteren over de canon per 1 januari 2020. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de Watersportvereniging af om terug te komen op de bindende eindbeslissing dat artikel 3 AV 1993 geen onredelijk bezwarend beding is.