Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
zelf benadrukt tenslotte nog dat zijn advocaat goed zijn standpunt heeft verwoord, dat hij 17 jaar als taxichauffeur heeft gewerkt en dat dat zijn lust en zijn leven was en dat hij sinds begin april 2020 een baan heeft bij [bedrijf] , via Manpower. Het is een functie waarbij hij medicijnen moet uitladen en inscannen. Hij is op uitzendbasis aangenomen voor 6 maanden, maar er is een intentieverklaring dat hij bij goed functioneren vervolgens voor bepaalde tijd in dienst kan komen. Het is voor minstens 16 uur per week, maar hij werkt 40 uur per week. Het tillen valt mee want de bakken wegen niet meer dan 5 kg.
Voor het hof is het niet verlenen van een (beperkte) vrijstelling vanwege de cliëntdiagnose door de rechter-commissaris een gegeven: het hof heeft geen beoordelingsrol ter zake en voor de relevante periode gold dus een volledige sollicitatieplicht.
3.7.4. In totaliteit is er geen sprake van zodanige tekortkomingen dat deze buiten beschouwing kunnen worden gelaten op de wijze als bedoeld in artikel 354 lid 2 Fw Pro.
Voor een schone lei is – anders dan door [appellant] primair bepleit – nog geen plaats.
In de gegeven omstandigheden acht het hof dan ook een verlenging van 15 maanden bij wege van laatste kans geïndiceerd, gedurende welke periode alle verplichtingen voor [appellant] uit hoofde van de schuldsaneringsregeling onverkort doorlopen. Uitgaande van de berekeningsmethode als door de Hoge Raad aangegeven en hierboven geciteerd, en voorshands veronderstellenderwijs uitgaande van de gebruikelijke – doch onbenutte - cassatietermijn en met een lichte afronding ten voordele van [appellant] , wordt er aldus verlengd tot 1 augustus 2021.