Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de Inspecteur over het laatste kwartaal van 2012. De Rechtbank Gelderland had het beroep ongegrond verklaard. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde deze uitspraak, maar de Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
In het hoger beroep stond centraal of de door externe adviseurs aan belanghebbende in rekening gebrachte omzetbelasting als voorbelasting in aftrek kon worden genomen. Belanghebbende stelde dat deze kosten rechtstreeks verband hielden met een belaste prestatie aan D cs. Het Hof oordeelde dat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt. De vaststellingsovereenkomst en overige stukken toonden geen andere prestatie dan het verlenen van medewerking aan de collectieve waardeoverdracht, die is vrijgesteld van omzetbelasting.
Daarnaast werd het beroep op het neutraliteitsbeginsel en het PPG-Holdingarrest verworpen. Het Hof stelde vast dat de situatie wezenlijk verschilde van die in het arrest van het Hof van Justitie van de EU en dat de neutraliteit van de omzetbelasting feitelijk was gewaarborgd. Ook het beroep op een belaste commissionairsdienst werd niet aannemelijk geacht.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en wees de vorderingen van belanghebbende af. Tevens werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.