Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland, was in 2013 en 2014 uitgezonden voor haar werk en gaf de woning aan als eigen woning in haar belastingaangiften. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op omdat de woning volgens hem niet als eigen woning maar als inkomen uit sparen en beleggen moest worden aangemerkt. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelt dat de woning slechts tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking stond, waardoor de kwalificatie als eigen woning niet terecht is. Tevens is vastgesteld dat het niet blokkeren van de geautomatiseerde afdoening van de aangifte een kenbare fout is, waardoor navordering over 2013 mogelijk was. De eerdere jurisprudentie van het Hof over de jaren 2010-2012 wordt bevestigd.
Belanghebbende heeft geen concrete grieven tegen de belastingrentebeschikkingen ingebracht, waardoor deze gehandhaafd blijven. Het hoger beroep wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.