Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond; en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1961 met een inhoud van 457 m³ en een perceel van 550 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2015 vast op €339.000, welke na bezwaar werd verlaagd tot €284.000. Belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betwist belanghebbende de vastgestelde waarde en overlegt een taxatierapport met een lagere waarde van circa €230.000. De heffingsambtenaar baseert zich op een waardematrix met referentieobjecten, waarvan het hof enkele niet geschikt achtte vanwege ligging, bouwjaar of het karakter van de transactie. Het hof weegt de vergelijkingsmethode en de bruikbaarheid van de referentieobjecten zorgvuldig af.
Het hof concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde aannemelijk heeft gemaakt, waarbij rekening is gehouden met verschillen in ligging, bouwjaar, inhoud en onderhoudstoestand. De lagere waarde van belanghebbende wordt verworpen vanwege minder vergelijkbare referentieobjecten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €284.000 wordt bevestigd.