ECLI:NL:GHSHE:2019:3763
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing partnervrijstelling mantelzorgers na vervallen mantelzorgcompliment
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag erfbelasting na het overlijden van haar moeder in 2016, waarbij zij een partnervrijstelling voor mantelzorgers claimde. Deze vrijstelling is gekoppeld aan het ontvangen van het mantelzorgcompliment, dat per 1 januari 2015 is vervallen zonder overgangsrecht. Omdat de moeder in 2016 overleed, was de vrijstelling formeel niet meer van toepassing.
Het Hof overwoog dat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vervallen van het mantelzorgcompliment en dat artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM niet vereist dat overgangsrecht wordt verleend. Belanghebbende stelde dat de regeling een individuele en buitensporige last oplevert vanwege haar langdurige mantelzorg en persoonlijke omstandigheden, maar het Hof vond de belastingdruk van 12,7% niet zodanig hoog dat dit als buitensporig kan worden aangemerkt.
De wetsgeschiedenis toonde aan dat alternatieven voor de regeling onderzocht zijn, maar geen uitvoerbare of rechtvaardige oplossing is gevonden. Het Hof benadrukte dat het rechtspreken aan de wet gebonden is en dat billijkheidstoetsing niet tot een andere uitkomst leidt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.