Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 oktober 2018 waarbij het hof een pleidooi heeft gelast;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 2 april 2019 door mr. Van Eekhout toegezonden producties 8 en 9, die mr. Werners bij het pleidooi aan de zijde van [geïntimeerde] bij akte in het geding heeft gebracht;
- de door mr. Werners bij het pleidooi overgelegde productie, houdende een specificatie van werkzaamheden die hij en mr. Van Eekhout in april 2019 voor [geïntimeerde] hebben verricht in deze zaak.
6.De beoordeling
‘alle in prima naar voren gebrachte feiten en omstandigheden met bijbehorende producties, naar de hiervoor[hof: in de memorie van grieven]
in 8 t/m 51 vermelde samenvatting en naar de hierbij overgelegde producties 1 t/m 41.’
houdt zich niet aan de in de Raad bij herhaling vastgestelde toezichtsfilosofie “toezicht op afstand”. Bemoeit zich met bestuursaangelegenheden en treedt, buiten de Bestuurder om, in overleg met medewerkers uit de organisatie;
weigert door de overige leden van de Raad aangedragen agendapunten voor vergaderingen van de Raad te agenderen;
treedt schofferend op naar de Bestuurder die hij verwijt dat hij de organisatie niet beheerst, dat hij niet kan plannen, enz. Hij wil nu zelfs ontslag van de Bestuurder in gang zetten;
communiceert non-verbaal dat hij de overige leden van de Raad niet serieus neemt;
heeft vrijwel permanent een houding naar de organisatie toe van “niets deugt”. Breekt hierdoor bij voortduring mensen en zaken af;
heeft op vrijwel alle onderwerpen die in de Raad aan de orde komen afwijkende opvattingen. Op zich geen probleem maar dit leidt wel tot irritaties bij de overige leden.
- € 31.869,- vanwege de werkelijke kosten ad € 36.077,- die [appellant] heeft gemaakt voor de twee tegen [de woningstichting] gevoerde procedures bij de rechtbank Roermond en bij dit hof over de vernietiging van de ontslagbesluiten, minus de in die procedures aan [appellant] toegekende proceskostenveroordelingen van € 4.208,-;
- € 15.000,- aan immateriële schade die is veroorzaakt doordat [de woningstichting] ook buiten de eigen organisatie ruchtbaarheid heeft gegeven aan het onterechte ontslag van [appellant] waardoor hij in zijn eer en goede naam is aangetast en de kansen van [appellant] zijn beperkt om actief te zijn in het maatschappelijk veld;
- € 41.500,- aan gederfde inkomsten over 2010 t/m 2013 doordat [appellant] als gevolg van het onterechte ontslag niet is herbenoemd als commissaris bij [de woningstichting] dan wel omdat hij deze inkomsten niet in een andere functie heeft kunnen verwerven.
- [geïntimeerde] heeft het ontslag van [appellant] bewerkstelligd, met het oogmerk om [de bestuurder van de woningstichting] te handhaven als bestuurder van [de woningstichting] ;
- [geïntimeerde] had persoonlijke motieven voor het ontslag;
- [geïntimeerde] heeft een voortrekkersrol op zich genomen naar een al dan niet vrijwillig vertrek van [appellant] ;
- [geïntimeerde] heeft bij het ontslag van [appellant] bewust in strijd met de statuten van [de woningstichting] gehandeld.
- het ontslagbesluit het resultaat was van een gezamenlijke beslissing van de RvC (zonder [appellant] ), ingegeven door de opstelling van [appellant] ;
- [geïntimeerde] daarbij geen voortrekkersrol op zich heeft genomen en ook niet bij de medecommissarissen heeft gelobbyd voor het ontslag van [appellant] , maar dat [geïntimeerde] de boodschapper was van het slechte nieuws aan [appellant] .