Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in feitelijke instanties en in cassatie
2.Het geding na verwijzing
3.De feiten
4.De vordering
5.De beoordeling
Wat betreft de oprichting van de KWH-vennootschappen medio 2009 volgt uit de eigen
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep na verwijzing door de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van een voormalig indirect bestuurder van een vennootschap die onder de werkingssfeer van het Bedrijfstakpensioenfonds viel. De bestuurder verkocht de aandelen van de vennootschap terwijl deze betalingsonmacht had en aanzienlijke schulden aan het pensioenfonds had.
De vennootschap werd vervolgens failliet verklaard en de aandelen werden verkocht aan een stichting die de onderneming naar het buitenland verplaatste, zonder zicht op betaling van de pensioenpremies. Het hof oordeelde dat de verkoop en overdracht van activa zonder tegenprestatie, gecombineerd met het achterhouden van de administratie, een ernstige verwijtbaarheid oplevert jegens het pensioenfonds.
De Hoge Raad had geoordeeld dat de administratie toebehoort aan de rechtspersoon en dat een voormalig bestuurder na aandelenoverdracht in beginsel geen beschikking meer heeft over de administratie. Het hof stelde vast dat de bestuurder onvoldoende had gemotiveerd dat de administratie was overgedragen, waardoor het vermoeden van onbehoorlijk bestuur bleef bestaan.
Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis en veroordeelde de bestuurder tot betaling van de pensioenpremies en in de proceskosten. De bestuurder werd aansprakelijk gehouden wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur over de periode voorafgaand en na de melding van betalingsonmacht.
Uitkomst: De voormalig indirect bestuurder is aansprakelijk voor de niet-betaalde pensioenpremies en het hof bekrachtigt het vonnis tot betaling en kostenveroordeling.