Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende B.V. is eigenaar van een woning en loods die deels verhuurd zijn en deels leegstonden. Over de periode 2014 en begin 2015 zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd wegens onjuiste aftrek van voorbelasting en toepassing van de verleggingsregeling. Belanghebbende betwistte deze aanslagen en boetes, en stelde primair dat de voorbelasting aftrekbaar was vanwege het verleden en subsidiair vanwege toekomstig gebruik.
Het Gerechtshof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de woning niet als woning is gebruikt, zodat de vrijstelling voor verhuur van woningen van toepassing is en de voorbelasting niet aftrekbaar. Ook is vastgesteld dat het bouwbedrijf in Polen is gevestigd, waardoor de verleggingsregeling terecht is toegepast. Het verzoek om uitstel van de zitting is afgewezen omdat het niet tijdig en onvoldoende gemotiveerd was.
De opgelegde verzuimboetes zijn passend en gebaseerd op de niet of gedeeltelijk niet afgedragen belasting. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.