ECLI:NL:GHSHE:2018:2864
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering partnervrijstelling bij erfbelasting wegens ontbreken huwelijk en inschrijving op hetzelfde woonadres
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat zij recht had op de partnervrijstelling bij de erfbelasting na het overlijden van erflater, omdat zij feitelijk samenwoonden en een gemeenschappelijk graf hadden. Het geschil betrof de toepassing van de partnervrijstelling, die volgens de wet vereist dat partners zijn gehuwd of een notarieel samenlevingscontract hebben en op hetzelfde woonadres staan ingeschreven.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende en erflater niet op hetzelfde adres stonden ingeschreven in de basisregistratie personen, en dat er geen huwelijksakte of omzettingsakte bestond die het huwelijk kon bewijzen. De wetsgeschiedenis en wettelijke bepalingen maken duidelijk dat inschrijving op hetzelfde woonadres een objectief criterium is voor het partnerbegrip.
Het Hof oordeelde dat de weigering van de partnervrijstelling niet in strijd is met artikel 1 EVRM Pro, omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de regelgeving voldoende duidelijk, voorzienbaar en proportioneel is. Ook werd geoordeeld dat de erfbelasting niet leidt tot een individuele en buitensporige last voor belanghebbende.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Tevens werd het beroep tegen de belastingrentebeschikking ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de partnervrijstelling bevestigd.