Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3518149 CV EXPL 14-11140)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties tevens houdende akte wijziging eis;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte uitlating producties van Dexia.
3. De beoordeling
(…) U heeft met Dexia effectenlease-overeenkomsten afgesloten, waarvan er ten minste één met een opbrengst is geëindigd. Deze opbrengst leidt ertoe dat ugeenrecht meer heeft op schadevergoeding onder het Hofmodel. Ook als de overeenkomsten een onaanvaardbare last vormden komt u niet meer in aanmerking voor een schadevergoeding. Dit omdat de opbrengst op de winstgevende effectenlease-overeenkomsten groter is dan de schadevergoeding die u bij een onaanvaardbaar zware last zou ontvangen. (…)
Zoals in alinea 20 uiteengezet heeft [geïntimeerde] nog recht op vergoeding van tweederde deel van de schade bestaande uit restschulden van overeenkomst 2 en 3. Hierbij geldt dat, zoals reeds door Dexia uiteengezet, [geïntimeerde] een netto winst op een eerdere overeenkomst heeft behaald, waarmee bij de vaststelling van de schade bestaande uit restschuld rekening gehouden dient te worden. Aan de zijde van Dexia resteert derhalve een schadevergoedingsplicht van maximaal EUR 6.275,73 (productie 10) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de respectieve eindafrekeningen (productie 4 bij dagvaarding). Dexia zal haar vordering aldus aanpassen (…). "