ECLI:NL:GHSHE:2017:876
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens rechtsgeldige intrekking in belastingzaak
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een aanslag inkomstenbelasting 2012, waarbij de Rechtbank het beroep ongegrond verklaarde maar de Inspecteur veroordeelde tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Hof.
Tijdens de procedure overleed de echtgenote van belanghebbende, waarna belanghebbende de Inspecteur verzocht de zaak als afgedaan te beschouwen. Na ontvangst van een intrekkingsverklaring door belanghebbende, zond de Inspecteur deze door aan het Hof. Het Hof ontving de intrekking en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de intrekking rechtsgeldig tot stand was gekomen.
Belanghebbende stelde dat de intrekking impulsief was en dat hij niet had beseft dat het hoger beroep zonder mondelinge behandeling op basis van stukken zou worden beslist, maar het Hof oordeelde dat dit geen reden was om de intrekking ongedaan te maken. Er was geen sprake van dwaling, dwang of bedrog. Ten overvloede bevestigde het Hof dat de Rechtbank de zaak op goede gronden had beslist.
Het Hof wees verdere vergoeding van griffierecht en proceskosten af en gaf aan dat partijen binnen zes weken cassatieberoep kunnen instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking door belanghebbende.