ECLI:NL:HR:2011:BT2297
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat intrekking beroep moet worden vastgelegd in uitspraak
In deze zaak ging het om een belanghebbende die beroep had ingesteld tegen een waardebeschikking voor een onroerende zaak. Tijdens de zitting bij de rechtbank werd in het proces-verbaal vermeld dat belanghebbende het beroep had ingetrokken. Belanghebbende betwistte deze intrekking en stelde hoger beroep in bij het Hof.
Het Hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het proces-verbaal geen uitspraak was in de zin van artikel 8:26 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Belanghebbende deed daarop verzet, dat door het Hof ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad bevestigde dat een rechtsgeldige intrekking van het beroep het geding beëindigt, maar dat indien de intrekking wordt betwist, de rechtbank haar constatering daarvan in een uitspraak moet vastleggen zodat daartegen rechtsmiddelen kunnen worden ingezet.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht het hoger beroep niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van een voor hoger beroep vatbare uitspraak. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat de griffier het dossier aan de rechtbank moet toezenden om alsnog een uitspraak over de intrekking te doen. De Hoge Raad gelastte de gemeente Amsterdam het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de gemeente wordt gelast het griffierecht te vergoeden.