Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
's-Hertogenbosch gewezen tussen [appellant] als gedaagde en [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/306169 / HA ZA 16-226)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
in conventie, kort weergegeven, gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
in reconventieingediend, inhoudende – voor zover in hoger beroep van belang – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[appellant]dat de rechtbank ten onrechte voor recht heeft verklaard dat [geïntimeerde] een aanspraak heeft op de gemeenschap ter hoogte van de nominale waarde van de drie schenkingen. Hij stelt, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, dat niet van belang is of partijen een repriserecht zijn overeengekomen. Relevant is daarentegen of door de ontvangen schenkingen gemeenschapsschulden zijn voldaan.
.Derhalve is gelet op het hiervóór overwogene er geen plaats voor een nominaal vergoedingsrecht voor [geïntimeerde] . De grief slaagt derhalve.